







Zwakke weggebruikers
De automatische vergoedingsplicht geldt enkel bij “verkeersongevallen”. De rechtbanken interpreteren dit erg ruim. Zo werd een meisje dat als passagier in de wagen van haar moeder zat, ernstig gewond door een verloren kogel die was afgeschoten door een politieagent tijdens een vuurgevecht met criminelen. De rechtbank besliste dat het toch om een verkeersongeval ging en dat de verzekering van de auto het meisje moest vergoeden.
Over ongevallen tijdens een snelheidswedstrijd op gesloten circuit, waarbij b.v. toeschouwers worden geraakt door een rallyrijder die zijn bocht mist, zijn de rechtbanken het niet eens; sommigen menen dat het ondanks de bijzondere situatie toch om “verkeersongevallen” gaat en passen de automatische vergoedingsplicht toe, maar andere rechtbanken hebben er anders over geoordeeld.
Ongevallen op een strikt privé-terrein vallen niet onder de regeling van de automatische vergoeding. Maar die uitzondering wordt veelal eng geïnterpreteerd. Zo werd beslist dat een aanrijding tussen een vrachtwagen en een maaimachine die op een veld aan het maaien is, een verkeersongeval is dat zich heeft voorgedaan op een plaats “die toegankelijk is voor een zeker aantal personen die de toelating hebben er te komen”, en dus wel valt onder de toepassing van de automatische vergoeding. In dezelfde zin werd beslist over een ongeval op een privéoprit van een garage van een woning.
Enkel “zwakke weggebruikers” hebben recht op de toepassing van de automatisch vergoedingsplicht, maar ook passagiers van motorvoertuigen worden als zodanig beschouwd. In feite komt het er op neer dat enkel de bestuurder zelf van een motorvoertuig de automatische vergoedingsplicht niet kan inroepen. En zelfs het begrip “bestuurder” wordt door de rechtbanken erg eng geïnterpreteerd. De bestuurder van een vrachtwagen die in een afdaling bemerkte dat zijn remmen niet meer werkten, was uit zijn voertuig gesprongen en had zich daarbij verwond. De rechtbank besliste dat hij op dat ogenblik geen bestuurder van het voertuig meer was en dus wel als “zwakke weggebruiker” voor zijn lichamelijke schade vergoeding kon eisen van de verzekeringsmaatschappij van de vrachtwagen. Een ander voorbeeld : vooraleer zijn busrit aan te vatten besluit een buschauffeur om buiten nog een sigaretje te roken; bij het uitstappen uit de bus struikelt hij en komt zwaar ten val. Ook al is hij daar zelf alleen verantwoordelijk voor, toch heeft hij volgens het Hof van Cassatie recht op schadevergoeding vanwege de verzekering van de bus, namelijk omdat hij op dat moment geen bestuurder was en dus als zwakke weggebruiker moest beschouwd worden.
Enkel indien een motorvoertuig in het ongeval “betrokken” is, kan de automatische vergoedingsplicht van toepassing zijn. De regeling is ook van toepassing op spoorvoertuigen, maar over het begrip “betrokkenheid” bestaat nog heel wat discussie. Wel wordt het steeds ruim geïnterpreteerd. Enkele voorbeelden :
Een fietser hoort achter hem een voertuig naderen op korte afstand, reageert en komt hierbij ten val, hoewel het voertuig hem niet heeft geraakt en ook geen fout heeft begaan; toch beslist de rechter dat dit voertuig in het ongeval “betrokken” was.
Een fietser rijdt achteraan in op een auto die reglementair geparkeerd staat. De rechter beslist dat de verzekeraar van de auto de fietser moet vergoeden (voor zijn lichamelijke schade) omdat het geparkeerde voertuig in het ongeval “betrokken” is.




