close

Résultat de la recherche

Résultat 1-10 pour le mot : test

 

 

BUSINESS SOLUTIONS

fr   nl

 

CONTACT 

 

 

 

 
Voorbereiden
NEWSLETTER
Wil je op de hoogte blijven van wedstrijden, nieuwtjes en promoties?
REISBIJSTAND EN PECHVERHELPING
Medische hulp nodig op reis? Pech onderweg? Onze professionele en ervaren deskundigen regelen alles voor je.
VEILIG OP WEG
Vertrek je op autovakantie? Laat de veiligheid van je auto nakijken door een ervaren Touring-pechverhelper en vertrek gerust!
terug naar overzicht

Tips voor de winter

De top vijf van meest voorkomende autoproblemen op onze wegen, blijft sinds enkele jaren onveranderd. Ze hebben te maken met:

  • de accu
  • de banden
  • het koelsysteem
  • de brandstof
  • het starten

Dit betekent dat het heel gemakkelijk is om enkele voorzorgsmaatregelen te nemen, zodat je auto altijd start en rijdt. TOURING geeft je hieronder enkele eenvoudige, goedkope en praktische tips om de winter zorgeloos tegemoet te zien:

Hou je ramen ijzelvrij met een aardappel!
Om te vermijden dat de voorruit van je auto ‘s nachts zou aanvriezen, is het voldoende om ze in te wrijven met een aardappel die je in tweeën hebt gesneden.

Geen beslagen ruiten meer met shampoo of afwasmiddel
Om te vermijden dat de ruiten binnenin aanwasemen, wrijf je erover met een doek waarop je een klein beetje (echt heel weinig) shampoo of huishoudelijk afwasmiddel hebt aangebracht.

Tip voor koppige sloten: een stukje plakband en/of grafietpoeder
Voorkomen is ook hier beter dan genezen: breng een beetje grafietpoeder tot in het mechanisme (schuif de sleutel verscheidene keren in en uit het slot) of kleef de slotopeningen dicht met een stukje plakband.

Als je je auto bij hevige koude parkeert, trek de handrem dan niet aan. Schakel in een versnelling nadat je het contact hebt uitgezet.

Maak de auto winterklaar
Dit moet je absoluut (laten) nakijken vóór de winter: de accu, de koelvloeistof van de motor, het gehalte aan antivries in die koelvloeistof, het gehalte antivries in de ruitenwisservloeistof, de ruitenwissers zelf, de lichten voor- en achteraan, de viscositeit van de motorolie en de olie- en brandstoffilters.

’s Morgens makkelijker starten:

  • Rij je auto ’s nachts in de garage als je er een hebt.
  • Staat je auto ’s nachts buiten, bescherm de motor dan zo goed mogelijk met een oude deken en gebruik een versnelling om de auto te blokkeren in plaats van de handrem (die zou kunnen aanvriezen). 
  • Giet in geen geval warm of heet water op de ruiten, maar gebruik een krabbertje met een breed oppervlak.
  • Leg ’s avonds een stevig stuk karton op de voorruit.
  • Je hoeft de motor niet een tijdje te laten draaien vóór je wegrijdt: dat is niet alleen slecht voor de motor, maar ook voor het milieu. De motor warmt op deze manier vrijwel niet op.
  • Als de motor moeilijk start: niet forceren. Schakel eerst kort de koplampen in om de accu op te warmen. Schakel dan alle andere elementen die stroom verbruiken uit en duw het koppelingspedaal in (ook al staat de pook in de vrije stand). Laat de startmotor niet te lang achtereen draaien, herhaald kort proberen te starten is beter om de accu te sparen.
  • Om de accu na een moeilijk startmoment of na hulp van de wegenwachter weer op te laden, moet je minstens 20 minuten of 30 kilometer rijden.

Winterbanden
Winterbanden blijven ook bij zeer lage temperaturen (onder 7°C) hun werk efficiënt verrichten. Een van de belangrijkste eigenschappen van winterbanden is dat ze soepel blijven. Ook op een natte of modderige weg zijn ze doeltreffend. Als je winterbanden gebruikt bij een temperatuur van:

  • 0°, vermindert de remafstand met 6%
  • -5°, verkleint deze afstand met 12%
  • -10° sta je 20% eerder stil

Maar je gebruikt ze best niet het hele jaar door. Wanneer de winter voorbij is en de weer temperatuur stijgt, worden winterbanden minder efficiënt (vooral bij hoge snelheid en in bochten). En hun rubberen loopvlak slijt dan ook heel snel.

En bij ijzel?

  • Pas je snelheid aan en hou afstand.
  • Start traag in een hogere versnelling om minder kracht op de wielen over te brengen.
  • Vermijd bruuske manoeuvres.
  • Wees uiterst voorzichtig op bruggen en op- en afritten van autosnelwegen.
  • Als je een helling oprijdt, gebruik je een hogere versnelling dan bij droog weer en als je een helling afrijdt, een lagere versnelling.
  • Rem zoveel mogelijk op de motor.
  • Kijk ver vooruit en begin op tijd te remmen als je moet stoppen (bocht, obstakel, file).
  • Als je begint te slippen: rem niet, ontkoppel, stuur tegen en hou je ogen op de vrije baan gericht in plaats van op het obstakel.

Print