



Verkeersregels in Luxemburg
Voorrang
Autobussen en schoolbussen hebben voorrang wanneer ze hun halteplaats verlaten.
De doorgang moet vrijgelaten worden voor de voertuigen van de brandweer, politie en rijkswacht, evenals voor de voertuigen van de hulpdiensten, van zodra hun komst wordt aangekondigd door middel van een speciaal geluids- of lichtsignaal.
Kruisen
Op wegen met een sterke helling moet het dalende voertuig voorrang verlenen aan het klimmende voertuig; zonodig moet het gemakkelijkst te manoeuvreren voertuig achteruit rijden.
Afstand tussen voertuigen
Op autosnelwegen en op wegen buiten de bebouwde kom moet tussen twee voertuigen die achter elkaar rijden een veiligheidsafstand gehouden worden die overeenstemt met de afstand die wordt afgelegd in drie seconden.
Snelheidsbeperkingen
binnen de bebouwde kom : 50 km/u
buiten de bebouwde kom :
| Personenwagens en kampeerauto's tot 3,5T | Personenwagens met aanhangwagen en kampeerauto's van meer dan 3,5T | |
| Op autosnelwegen | 130 km/u (110 bij regenweer) | 90 km/u |
| Op andere wegen | 90 km/u | 75 km/u |
Signalisatie
Een oranje knipperlicht in de vorm van een pijl laat toe te rijden in de aangeduide richting.
In Luxemburg-Stad kunnen de zones gereserveerd voor autobussen en voor rijwielen in het rood geschilderd zijn.

Aangeraden snelheid
Stilstaan en parkeren
Een witte zigzaglijn betekent dat het parkeren verboden is.
Autocars en vrachtwagens mogen niet op de openbare weg parkeren tussen 22 u en 6 u.
Ontkoppelde aanhangwagens en caravans mogen niet op de openbare weg parkeren.
Een voertuig dat langdurig foutief geparkeerd staat kan vastgezet worden met een wielklem (men moet zich tot het dichtstbijzijnde politiebureau wenden om het voertuig vrij te krijgen).
Een voertuig dat op de openbare weg geparkeerd staat mag niet als nachtverblijf gebruikt worden. Uitrusten en zelfs slapen in een voertuig dat op een parking staat, is niettemin toegelaten in het kader van een lang trajekt, om de chauffeur de mogelijkheid te bieden op krachten te komen (vakantiegangers, chauffeurs van zware voertuigen, ...).
Die toelating is nochtans beperkt tot speciaal uitgeruste parkings (infrastructuur inzake hygiëne, bewaking, ...) en die als zodanig zijn gesignaleerd.
Lichten
Het gebruik van de dimlichten is verplicht in de tunnels.
Wanneer de zichtbaarheid beperkt is tot minder dan 100 meter ingevolge mist, sneeuwval of felle regen, moeten de dimlichten gebruikt worden, samen met de eventuele mistlichten.
Achtermistlichten mogen slechts gebruikt worden bij mist met een zichtbaarheid van minder dan 50 meter.
Wanneer de zichtbaarheid minder dan 100 meter bedraagt ingevolge mist of sneeuwval, moeten voertuigen die buiten de bebouwde kom stilstaan of parkeren verlicht zijn door middel van de dimlichten of de mistlichten.
Maximum toegelaten alcoholgehalte
0,5 pro mille
0,02 pro mille voor sommige bestuurders (o.m. taxi, rijschoolvoertuig, autocar, ziekenwagen, …)
Motorfiets
De passagier van een motorfiets moet minstens 12 jaar oud zijn.
Gevaarsdriehoek
Bij immobilisatie van het voertuig op de rijbaan moet de driehoek geplaatst worden op ongeveer 100 meter achter het voertuig op gewone wegen, en op 200 à 300 meter op autosnelwegen.
Reflecterende veiligheidskledij
Aan boord van een motorvoertuig moet zich een reflecterend veiligheidsvestje bevinden. Het gebruik ervan is verplicht voor iedereen die op een autosnelweg stapt op de rijbaan of op de pechstrook.
Ook iedereen die 's nachts of bij slechte zichtbaarheid op of langs een weg loopt buiten de bebouwde kom is verplicht een reflecterend veiligheidsvestje te dragen.











