



Verkeersregels in Nederland
Voorrang
Bij afwezigheid van voorrangsborden geldt de voorrang van rechts, zelfs op rotondes.
Wanneer aan de rand van een kruispunt op het wegdek een streep is geschilderd, bestaande uit witte driehoekjes, betekent dit dat de bestuurder, zelfs wanneer er geen enkel verkeersbord staat, voorrang moet verlenen aan alle voertuigen op de dwarsweg, ook aan de fietsers.
Op kruispunten waar gelijkwaardige wegen samenkomen hebben trams voorrang; zij moeten daarentegen voorrang verlenen aan elk voertuig dat rijdt op een voorrangsweg.
Voetgangers die zich op een zebrapad bevinden hebben voorrang op alle andere voertuigen, ook op trams.
Snelheidsbeperkingen
Binnen de bebouwde kom : 50 km/u.
Het bord dat het begin van een bebouwde kom aanduidt bestaat uit een blauwe rechthoek waarop in het wit de naam van de plaats is aangeduid.
Buiten de bebouwde kom :
| Personenwagens en kampeerauto's (tot 3.5 ton) | Personenwagens met aanhangwagen of caravan | |
| Op autosnelwegen | 120 km/u (*) | 90 km/u |
| Op hoofdwegen (aangeduid met een blauw rechthoekig bord waarop een witte personenwagen is afgebeeld) | 100 km/u | 90 km/u |
| Op andere wegen | 80 km/u | 80 km/u |
(*) Op 1 maart 2011 is in Nederland een proefproject gestart waarbij op een aantal autosnelwegtrajecten een maximumsnelheid van 130 km/u is toegelaten. Die maximumsnelheid wordt aangeduid met het klassieke snelheidsbord. Indien de 130 km/u er slechts tijdens bepaalde periodes is toegelaten of afhankelijk is van de verkeerssituatie, dan is dit vermeld onder het bord en/of via variabele elektronische signalisatie.
Signalisatie
Een vast of knipperend rood licht betekent verplichting te stoppen.
Op een gekontroleerd kruispunt mag men slechts naar rechts afdraaien indien een groene pijl of de vermelding "rechtsaf toegestaan" het toelaat.
Buiten de bebouwde kommen zijn oversteekplaatsen voor voetgangers aangeduid door gele knipperlichten.
![]() | Aangeraden snelheid
Verplichte richting voor voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren |
Stilstaan en parkeren
Niet alleen parkeren, maar ook stilstaan is verboden:
- langs een gele streep
- op minder dan 12 meter van een bushalte of langsheen de geblokte markering die de halteplaats aanduidt, behalve om een passagier te laten in- of uitstappen
- niet alleen op, en op minder dan 5 meter vóór de oversteekplaatsen voor voetgangers of voor fietsers, maar ook op minder dan 5 meter er voorbij.
Overnachten in een voertuig
In principe is het verboden de nacht door te brengen in een voertuig dat geparkeerd staat op de openbare weg of op een parking. In een kampeerauto mag het op somige plaatsen wel (informeer eventueel bij de plaatselijke autoriteiten).
Lichten
's Nachts moet een geparkeerd voertuig niet noodzakelijkerwijze verlicht zijn indien het zich bevindt:
- in een parkeerzone
- binnen de bebouwde kom, op minder dan 30 meter van een lichtpunt van de openbare verlichting waardoor het rechtstreeks wordt verlicht.
Maximum toegelaten alcoholgehalte
0,5 pro mille (0,2 pro mille voor bestuurders die sinds minder dan 5 jaar hun rijbewijs hebben, evenals voor bromfietsers die jonger zijn dan 24 jaar)
Fietsers
Als u Nederland bezoekt moet u zich verwachten aan druk fietsverkeer, zeker tijdens de spitsuren.
Kinderzitjes
Alle kinderen kleiner dan 1,35 meter moeten zowel voorin als achterin een geschikt en goedgekeurd kinderzitje of een verhogingskussen gebruiken.












