Van Ieper naar Péronne
De milde najaarszon doet haar uiterste best om de nare beelden uit het vredige landschap ten zuiden van ieper weg te jagen, maar een flard mist, een beetje regen, een kudde grijze wolken, brengen de beelden en getuigenissen in een flits terug.
Modder, opspattende aarde, kraters, ontzielde lichamen, kadavers van paarden, gillende mannen, het gezicht van de dood. Je gedachten worden naar de soldaten en hun hopeloze familieleden gedreven: ‘Onverdraaglijk was de onwetendheid over het lot van de soldaten’, schrijft Sofie de Schaepdrijver.
De enige vorm van communicatie tussen het IJzerleger en het thuisfront bestond uit de in tiendubbel gevouwen papiertjes die in conservenblikken de loopgraven verlieten. ‘Veel was het niet. Betrouwbaar nieuws was schaars. Nergens tekende het leed van de Grote Oorlog het landschap zo aangrijpend als in West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk. Een wandeling in het landschap van de Eerste Wereldoorlog begint in Ieper.
De graven van Ieper
Na de oorlog gingen stemmen op om de verwoeste stad als ville martyre, als ruïne, intact te houden. De Engelse frontkrant Wipers Times schreef met onderhoudende zin voor understatement dat het stadhuis over ‘the best ventilated hall in town’ beschikte.
Bijna een eeuw na datum is Ieper veranderd in een pittig stadje in het zuidwesten van Vlaanderen dat zich heeft verschanst achter hoge vestingwallen en kazematten. Het oorlogsgedruis is alleen nog te horen in het Flanders Fields Museum dat bezoekers aan de hand van persoonlijke getuigenissen, objecten, films, kunstwerken en interactieve kiosken meevoert naar De Groote Oorlog.
Het museum zet de bezoekers meteen ook op weg naar de monumenten en militaire begraafplaatsen die als bloedrode papavers uitgestrooid liggen over The Salient (het front). Overdonderend is Tyne Cot bij Passendale, het grootste Britse militaire kerkhof op het Europese vasteland en misschien wel in de wereld, waar 11.956 soldaten uit het Gemenebest begraven zijn.
Op een muur staan de bijna 36.000 namen van vermiste soldaten die toegevoegd moeten worden aan de 50.000 namen van de spoorlozen in de Menenpoort van Ieper. Achter een bunker in het midden ligt misschien wel het meest aangrijpende gedeelte van Tyne Cot: de graven zijn er neergelegd zoals de lichamen gevonden zijn op het slagveld. De dood denkt niet in geordende lijnen.

















