







Van Ieper naar Péronne
Neuve-Chapelle
In Nord-Pas-de-Calais golft het terrein van de oorlog Frankrijk in. In Neuve-Chapelle staat het Indian Memorial, ter herdenking van de Indische troepen die in oktober 1914 in Frankrijk neerstreken om een half jaar later te sneuvelen.
De dorpen zijn hier klein en mooi, op de centrale pleintjes lopen mensen de Mairie uit en de Auberge in, en omgekeerd. Zoals in elk dorp in Frankrijk is er ook het onvermijdelijke monument voor de gevallenen: Morts pour la Patrie. ‘Er bestaan ook wel monumenten voor de Tweede Wereldoorlog, maar meestal zijn de gevallenen van die oorlog als een soort voetnoot aan die van de Eerste toegevoegd’, weet historicus Wesseling.
In Arras is het onderaards netwerk van tunnels met een capaciteit van circa 24.000 soldaten zo goed als intact gebleven. Ook op deze plek strijden emotie en herinneringen om de meeste aandacht, maar op de heuvel van Notre-Dame- la-Lorette wint de emotie het met treurigstemmende verve. In de lente van 1915 lieten 100.000 Franse soldaten er het leven.
Waarom? Voor een lap grond van een halve kilometer. De British Expeditionary Force, die Ieper had overleefd, werd hier in maart 1915 genadeloos weggevaagd. Het betekende het einde van het Britse beroepsleger. De 20.000 graven en acht ossuaria schetsen het einde van alle hoop, dromen en illusies van duizenden jonge mensen.
Op een andere plek, in een ander kamp, in dezelfde oorlog, schreef Ernst Jünger: ‘De adem van de strijd kwam aanwaaien en deed ons vreemd huiveren. Voorvoelden we dat wij bijna zonder uitzondering zouden worden verslonden op de dagen dat het donkere gerommel daarachter opvlamde tot een onophoudelijk rollende donder - de een vroeger, de ander later?’
Ongelooflijk mooi en lieflijk wordt het landschap. Aan het optellen van de pittoreske dorpen in de Somme komt nagenoeg geen einde. Is het daarom dat de oorlogsmonumenten dubbel zo confronterend zijn? Het Mémorial Terre-Neuvien tekent op een heuvelrug de ondergang van het Royal Newfoundland Regiment in de wolken.
Het betrof een naïef en compleet onervaren regiment dat de Duitsers frontaal aanviel. Ze hadden het prikkeldraad van de loopgraven op een paar plaatsen doorgeknipt, waren één voor één door de gaten het lege niemandsland ingelopen, waren op de vijand afgestormd en vielen als poppen in een schietkraam.
Van de 726 Newfoundlanders overleefden er 658 de schietpartij niet. Alle 26 officieren werden gedood. Het beeld van een burrelend hert boven de begraafplaats, een kariboe, het insigne van het regiment, herinnert aan de slachting.
Het prikkeldraad op het slagveld is later weggenomen: de schapen liepen er zich in vast. Even aangrijpend als lelijk is het Mémorial Franco- Britannique in Thiepval waar de namen van 73.367 soldaten ingeschreven staan in de handpalmen van de pijlers.
Je rijdt door het heerlijke land van de Somme en je telt en telt de doden op de begraafplaatsen tot de cijfers zwijgen omdat ze radeloos maken: de Slag aan de Somme, die goed 140 dagen duurde, slokte 1.300.000 mensenlevens op, in evenredige getallen verdeeld over Fransen, Engelsen en Duitsers, ‘van wie een deel zich eenvoudig gedwee in rijen opstelde om voor hun land neergemaaid te worden.’
De vijand rust in Saint-Vaast in een even eenvoudig als natuurlijk landschap, in een zwijgzame ode aan de Germaanse mythologie. Maar is er nog wel sprake van een vijand? Zijn er niet alleen doden? Waanzinnig veel doden voor waanzinnig veel niets? In het Historial de la Grande Guerre van Péronne krijgt de oorlog weer menselijke trekjes, hernemen de dagelijkse beslommeringen waarmee de soldaten ook te kampen hadden; de honger, de dorst, het heimwee, de vermoeidheid, het verlangen, de schrikbeelden die zich op het netvlies en in de hoofden hadden gebrand.
Er zijn brieven, tekeningen, gedichten, vertederende objecten van ongekunstelde trench art (loopgravenkunst), en drinkbekers met afbeeldingen van keizers en koningen in wier naam op epidemische wijze gemoord werd.
In een oorlogsroes trokken legers uit de beide kampen naar de oorlog, vervuld van optimisme en opgeruimdheid, alles zou ten goede keren, het varken zou vlug gewassen zijn. ‘Ik heb velen zien sterven, maar geen van allen vrolijk. Dat was zeker een andere oorlog’, schreef een oorlogscorrespondent.
In Flanders Fields Museum,
www.westtoer.be en www.inflandersfields.be
Comité Départemental de Tourisme du Pas-de-Calais,
www.pas-de-calais.com
Comité du Tourisme de la Somme, www.somme-tourisme.com
Comité Régional de Tourisme du Nord-Pas de Calais,
www.tourisme-nordpasdecalais.fr
Office de Tourisme d’Arras, www.ot-arras.fr
Imperial War Museum London, www.iwm.org.uk




