






Schiereiland van Guérande : Uitwaaien aan zee
De zon heeft de hele zomer tijd gehad om het zeewater op te warmen, de drukke augustusmaand is voorbij. In het najaar nodigt het schiereiland uit tot lange wandelingen en pittige fetstochten.
Is er iets simpeler te bedenken dan zout winnen? Verdampen en opscheppen, het was eeuwenlang het synoniem voor poen scheppen, toen zout nog levensnoodzakelijk was om het voedsel te bewaren. Elk getijde liet men het zeewater via een vernuftig systeem van sluizen en dijken de zoutpannen bevloeien en de warmte van de zon deed de rest, men hoefde de fjne kristallen maar op te scheppen.
Vandaag is vooral de feur de sel erg gegeerd bij gastronomen, het zuivere, witte zout dat op de zoutmoerassen vanzelf bovendrijft en dagelijks in de late namiddag wordt geoogst. Je kunt het precieuze goedje kopen in het bezoekerscentrum waar didactisch alles keurig wordt uitgelegd aan de hand van een flmpje, maar het is veel leuker om met een natuurgids op de dijken te wandelen, en als het mooi weer is de zoutscheppers eigenhandig aan het werk zien.
De zoutpannen zijn vandaag een boeiend natuurgebied waar meer dan vijftig vogelsoorten komen broeden. Geen gebrek overigens aan schelpen, visjes en kikkers om hun jongen te voeden.
Tot in de late middeleeuwen werd het zout per schip uitgevoerd vanuit de haven van Guérande, maar net zoals in Brugge, verzandde de havengeul en verloor het stadje zijn economische betekenis. Het omwalde centrum is vandaag zachtjes ingeslapen en een charmante trekpleister voor de toeristen, die in de zomer maar wat graag op één van de talrijke terrassen komen verademen.
Het is bewonderend opkijken naar de statige gevels in de smalle straatjes. Gluur door de poorten even binnen in de intieme binnenplaats van de historische woningen, het zijn stille getuigen van een rijk verleden. In een aantal kun je zelfs logeren omdat de eigenaar nu gastenkamers verhuurt.
Het smokkelpad
Het schiereiland is vanwege zijn beperkte afstanden een gedroomde plek om te ontdekken met de fets en elk dorp heeft wel een paar adressen die tweewielers verhuurt. Onderschat het niet, de oceaan ligt rondom en de wind kan hier stevig waaien. Steek dus je vinger in de lucht om te weten van waar de wind komt om je richting te bepalen en rij naar de uiterste punt Le Croisic, langs Batz-sur-mer, Kerlan, Kervalet, bescheiden badplaatsen met familiepensions en klein schalige hotelletjes.
Le Croisic, ooit een drukke visserhaven is vandaag een vriendelijke plezierhaven met een kade vol restaurants, waar het in augustus wel even té druk kan zijn. Het hele schiereiland rond is slechts een tiental kilometer, maar met wind op kop is het trappen geblazen. Wandelaars kunnen le Sentier des Douaniers volgen het fameuze duizend kilome ter lange wandelpad dat van Saint Nazaire tot de Mont Saint Michel getrouw de grillige kustlijn van Bretagne volgt. Het werd aangelegd tijdens de Franse revolutie om de smokkelaars uit Engeland te onderscheppen.
Vandaag is zowat 500 km een bewegwijzerd wandelpad voor toeristen geworden die bijna overal langs het water loopt, dank zij de strenge Loi du Littoral uit 1986, die verbiedt dat je in Frankrijk nog een stukje kust als je privé eigendom kunt beschouwen. Interessant onderweg is een bezoek aan le Grand Blockhaus: een stevige bunker in 1943 gebouwd als onderdeel van de Atlantikwal. De Duitsers hadden als camoufage de betonnen buitenkant geverfd in vrolijke kleuren met ramen en gordijntjes.
Vandaag is het gebouw een boeiend oorlogsmuseum met talrijke foto’s en documenten. Het kanon dat de batterij moest verdedigen is overigens nooit geïnstalleerd, het stond op transport te wachten in de haven van Saint Nazaire, toen ondertussen volkomen onverwacht, de geallieerden voet aan wal zetten in Normandië, en niet ophet strand van La Baule zoals het Duitse leger dacht.




