Verkeersregels in Duitsland

31/12/2014
Germany circulation

Trotseer je binnenkort de Duitse Autobahn? Lees dan eerst deze tips.

Inhoud

 

 

 

 

Beschermde zones

Sinds begin 2008 werden er 'milieuzones' (Umweltzone) afgebakend in bepaalde steden in Duitsland. De toegang tot die zones wordt aangeduid met een verkeersbord.

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkel wagens voorzien van een milieuvignet (Umweltplakette) worden in deze zones toegelaten. Deze reglementering geldt ook voor buitenlandse toeristen. U kan de sticker aanvragen bij Touring.

 

Snelheidsbeperkingen

 

binnen de bebouwde kom:

50 km/u

 

buiten de bebouwde kom:

 

Personenwagens en kampeerauto's tot 3,5T

Personenwagens met aanhangwagen

Kampeerauto's (zonder aanhangwagen) tussen 3,5T en 7,5T

Op autosnelwegen en op wegen met gescheiden rijbanen (minimumsnelheid 60 km/u) aanbevolen snelheid  130 km/u 80 km/u * 80 km/u
Op andere wegen 100 km/u 80 km/u   80 km/u

- Wanneer ingevolge mist, regen of sneeuw de zichtbaarheid minder bedraagt dan 50 m, dan mag niet sneller dan 50 km/u gereden worden.

 

- Een voertuig dat een ander voertuig (met pech) sleept op een autosnelweg, mag niet sneller dan 80 km/u rijden. Het traject via de autosnelweg moet zo kort mogelijk gehouden worden.

 

- Minimumsnelheid op autosnelwegen : 60 km/u

 


(*) Met een aanhangwagen of caravan is 100 km/u toegelaten indien aan een aantal strikte voorwaarden is voldaan, onder meer inzake uitrusting van de auto en de aanhangwagen, kenmerken en ouderdom van de banden, enz. Dat aan alle voorwaarden is voldaan moet bovendien bevestigd worden in een technisch keuringsattest waarvoor men vroeger de grens moest oversteken maar dat sinds kort ook verkrijgbaar is in ons land. Een aanrader voor wie regelmatig met zijn caravan over de Duitse snelwegen wilt rijden.

GPS

GPS-toestellen die informatie verschaffen over de plaats van snelheidsradars, zijn verboden. Ze moeten buiten werking gesteld worden alvorens Duitsland binnen te rijden.

Voorrang

 

- Het ritssysteem dat pas in België is ingevoerd, is sinds lang verplicht in Duitsland.

- Het verkeer op een rotonde heeft voorrang, tenzij de verkeerssignalisatie een andere regel oplegt.

- Lijnbussen en schoolbussen hebben voorrang bij het verlaten van hun halteplaats, ook buiten de bebouwde kom.

- Tramvoertuigen genieten niet van de absolute voorrang ten opzichte van de andere voertuigen.

- Op autosnelwegen en, buiten de bebouwde kom, op wegen met minstens 2 rijstroken in de gevolgde richting, zijn de bestuurders verplicht om bij een verkeersopstopping een nooddoorgang vrij te maken. Daartoe moeten de bestuurders in de linkerrijstrook zo veel mogelijk naar links uitwijken en de bestuurders in de ander rijstroken zo veel mogelijk naar rechts. De nooddoorgang is bestemd voor de voertuigen van politie en van de hulpdiensten.

 

Inhalen en kruisen

 

- In éénrichtingsstraten mogen trams zowel rechts als links ingehaald worden.

- Wanneer een lijnbus of schoolbus bij het naderen van zijn halteplaats zijn waarschuwingslichten aanzet, is het voor andere voertuigen verboden hem in te halen. Vanaf het moment dat de bus volledig stilstaat aan zijn halteplaats mag hij stapvoets voorbijgereden worden (4 à 7 km/u). Ook de tegenliggers moeten vertragen en stapvoets gaan rijden. Die regels gelden zowel binnen als buiten de bebouwde kommen.

- Voertuigen van meer dan 7,5 ton mogen niet inhalen wanneer de zichtbaarheid ingevolge mist, sneeuwval of regen, minder dan 50 meter bedraagt.

 

 

 

Afstand tussen de voertuigen

 

De bestuurder moet tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden. Die afstand, in meter uitgedrukt, moet minstens de helft bedragen van de gereden snelheid in km/u.

 

Wie b.v. 90 km/u rijdt moet een afstand van minstens 90:2=45 meter houden. De politie controleert dit geregeld en schrijft vaak boetes uit, ook voor buitenlanders.

 

De minimumboete bedraagt € 25, maar kan snel oplopen, zelfs tot € 400, naarmate de gemeten tussenafstand korter  en de gereden snelheid hoger is.

Signalisatie

Aan een overweg duidt een rood knipperlicht de komst van een trein aan. 
 

Bus of tramhalte
Aanbevolen snelheid
Omleiding op autosnelweg

 

Stilstaan en parkeren

 

- Zigzaglijnen op de rijbaan duiden een zone aan waar stilstaan en parkeren verboden zijn.

- Wanneer een voertuig langer geïmmobiliseerd is dan 3 minuten, of wanneer de bestuurder het voertuig verlaat (zelfs gedurende minder dan 3 minuten), dan gaat het om "parkeren".

- Stilstaan en parkeren zijn onder meer verboden: op de inrij of tegenover de inrij van een brandweerkazerne; op standplaatsen voor taxi's.

- Parkeren is onder meer verboden: niet alleen voor de inrij van eigendommen, maar ook, in smalle straten, aan de overkant van die inritten.

- Een niet aangekoppelde aanhangwagen of caravan mag op een openbare plaats niet langer dan 2 weken geparkeerd staan.

- Een omgekeerde driehoek met groene rand, waarin het symbool van een vliegende arend is vermeld, evenals de woorden "Landschafts-Schutzgebiet" duidt op een beschermde natuurzone: het parkeren is er verboden op de rijbaan en buiten de aangeduide parkeerplaatsen.

Overnachten in een voertuig

Het is verboden de nacht door te brengen in een voertuig dat op de openbare weg geparkeerd staat. Uitzonderlijk is dit wel toegelaten, namelijk wanneer het gaat om een rustpauze die - in het kader van een lange reis - noodzakelijk is om de bestuurder toe te laten op krachten te komen. Uiteraard moet ook in dat geval het voertuig correct geparkeerd staan en blijft het verboden te "kamperen" (b.v. het op de weg plaatsen van tafels of stoelen,...).

 

In vele gemeenten bestaat op dit vlak nochtans een minder strikte reglementering (meer bepaald ten voordele van kampeerauto's, door aanduiding van specifieke parkeervakken op de grond).

Lichten

 

- In een tunnel moet men altijd met de lichten aan rijden.

- Mistlichten mogen slechts gebruikt worden wanneer ingevolge mist of sneeuw de zichtbaarheid minder dan 50 m bedraagt.

- Bij het slepen van een voertuig met pech moeten beide voertuigen hun noodlichten gebruiken (gelijktijdig knipperen van alle richtingaanwijzers).

- Een aanhangwagen die 's nachts op de rijbaan geparkeerd staat, moet altijd verlicht zijn (zelfs bij voldoende openbare verlichting).

Maximum toegelaten alcoholgehalte

 

- 0,5 pro mille

- 0,0 promille voor bestuurders van minder dan 21 jaar, evenals voor bestuurders die sinds minder dan 2 jaar houder zijn van een rijbewijs.

Veiligheidsgordels en kinderzitjes

 

Zowel vooraan als achteraan moeten kinderen die kleiner zijn dan 1,50 m beschermd worden door een gehomologeerd veiligheidssysteem (kinderzitje, verhogingskussen, …).

Is in het voertuig geen gehomologeerd veiligheidssysteem beschikbaar, dan:

 

  •  moeten kinderen van 3 jaar en ouder achteraan plaatsnemen en beschermd worden met de veiligheidsgordel of een ander veiligheidssysteem ;
  •  mogen kinderen van minder dan 3 jaar niet in het voertuig plaatsnemen zonder aangepast veiligheidssysteem.

     
Wie omwille van medische redenen vrijgesteld is van de gordelplicht moet dit kunnen aantonen met de officiële Belgische vrijstelling (afgeleverd door de FOD Mobiliteit en Vervoer), vergezeld van een vertaling naar het Duits.

Lading

 

De lading mag zijdelings niet buiten het voertuig uitsteken. Achteraan moet de lading, zoals bij ons, gesignaleerd worden van zodra de uitstek meer dan een meter bedraagt; de uitstek mag nochtans niet meer bedragen dan 1,50 m wanneer de af te leggen afstand meer dan 100 km bedraagt (maximum 3 meter wanneer de af te leggen afstand minder bedraagt dan 100 km). 

Verwante inhoud