Verkeersregels in Frankrijk

France circulation

Op weg naar "la douce France" ? Een korte opsomming van de Franse verkeersregels.

Inhoud

 

 

 

 

Beschermde zones ( LEZ of ZCR )

De ingestelde milieuzones worden in Frankrijk “zones met beperkt verkeer” (Zones à circulation restreinte, afgekort ZCR) genoemd. Alleen wagens met een Crit’Air vignet mogen in deze zones met beperkt verkeer rijden. 

 

Het ecovignet maakt onderscheid tussen 6 verschillende categorieën . De gemeentes bepalen zelf welke Crit’Air categorieën in hun zones met beperkt verkeer mogen rijden en vermelden deze categorieën op het verkeersbord aan het begin van de zone met beperkt verkeer. 

 

Verkeersborden : ZCR

 

Het verkeersbord zal ook meedelen tussen welke uren alleen voertuigen met een Crit’Air ecovignet in de zone mogen rijden. 

 

ZCR - beperkingen

 

Buitenlandse voertuigen :

Voertuigen die niet staan ingeschreven in Frankrijk, met andere woorden wagens van toeristen en beroepsvoertuigen, moeten ook het Crit’Air ecovignet hebben om tussen de aangeduide uren in de zones met beperkt verkeer (ZCR) te mogen rijden. Buitenlandse bestuurders kunnen het Crit’Air vignet op de volgende website aanvragen: www.certificat-air.gouv.fr  . 

 

De Franse post zal dit ecovignet vervolgens opsturen naar het adres dat op het inschrijvingsbewijs van het voertuig staat.

Rijbewijs

De rijbewijzen van voor 1989 zijn nog altijd geldig in Frankrijk. Maar vergeet niet dat elke bestuurder in het bezit moet zijn van een rijbewijs dat in goede staat is en een gelijkende foto draagt. Meer weten hierover ? Klik dan hier 

 

Alcoholtest

In tegenstelling tot wat hier en daar wordt beweerd riskeer je geen sanctie indien je niet in het bezit bent van een alcoholtest in je voertuig.

Veiligheidsvestje

In elk voertuig met minstens twee wielen moet zich een retro-reflecterend veiligheidsvestje bevinden. Het vestje moet het Europese goedkeuringsmerk hebben en  moet zich binnen het bereik van de bestuurder bevinden. Bij een noodstop (pech of ongeval b.v.) moet de bestuurder het vestje aandoen vooraleer het voertuig te verlaten. Dit geldt op alle wegen, overdag zowel als 's nachts.

Bellen aan het stuur

Bellen aan het stuur mag enkel nog via een in de wagen geïntegreerde carkit (via speakers) ; m.a.w. een gesprek voeren via een systeem dat rechtstreeks met het oor verbonden is (b.v. een “oortje”, Blue Tooth, kabeltjes of nog met een “headset”) is verboden. Ook andere toestellen die een geluid voortbrengen en rechtstreeks met het oor verbonden zijn (b.v. radio, muziek beluisteren met mp3-speler met "oortjes" of headset) zijn verboden aan het stuur.
Een overtreding hierop kost u 135 euro en een verlies van 3 punten op het rijbewijs.

Snelheidsbeperkingen (personenauto's, kampeerauto's)

In de bebouwde kom: 50 km/u

Buiten de bebouwde kom:

 

  Bij normale weersomstandigheden Bij regen of andere neerslag
Op autosnelwegen (in de linkerrijstrook geldt een minimumsnelheid van 80 km/u) 130 km/u 110 km/u
Op autosnelweggedeelten die gelegen zijn in een druk bebouwde zone 110 km/u (*) 100 km/u
Op wegen mt 2x2 rijstroken en middenberm 110 km/u 100 km/u
Op de andere wegen 80 km/u 80 km/u

 

 (*) 70 km/u op de ringweg (périphérique) van Parijs.

- Die snelheidsbeperkingen gelden ook voor personenwagens die een aanhangwagen of caravan trekken, voor zover het totaal gewicht van het geheel niet meer dan 3,5 T bedraagt; is het gewicht groter dan 3,5 ton of bedraagt het gewicht van de aanhangwagen of de caravan meer dan het gewicht van het trekkende voertuig, dan zijn lagere snelheidsbeperkingen van toepassing.

- Bij mist met een zichtbaarheid van minder dan 50 meter, geldt overal een snelheidsbeperking van 50 km/u, ook op autosnelwegen.

- Beginneling-bestuurder: gedurende drie jaar na de afgifte van het rijbewijs, is de bestuurder onderworpen aan volgende snelheidsbeperkingen : 110 km/u op de autosnelwegen, 100 km/u op de express-wegen en 80 km/u op de andere wegen.

- In Andorra is de snelheid beperkt tot 50 km/u in de bebouwde kom en tot 90 km/u overal elders.

Radarverklikkers of navigatietoestellen die de locatie doorgeven van vaste of mobiele radars zijn verboden. Wel nog toegelaten zijn toestellen die “rijassistentie” bieden en aangeven waar zich gevarenzones bevinden. Binnen die zones kunnen snelheidsradars zijn opgesteld, maar de precieze locatie ervan mag niet aangegeven worden.

Voorrang

Op rotondes die met dit bord zijn aangekondigd :

hebben de weggebruikers op de rotonde voorrang op diegenen die er zich willen op begeven.

Inhalen

- Het inhalen van een tram is verboden wanneer deze stilstaat voor het in- of uitstappen van de reizigers.

- Het inhalen van een tram die in beweging is moet langs rechts gebeuren; langs links is dit enkel toegelaten in éénrichtingsstraten en op voorwaarde dat de ruimte rechts onvoldoende is.

- Bij het inhalen van een fietser moet een zijdelingse afstand gelaten worden van minstens 1 meter in de bebouwde kom en van minstens 1,50 meter buiten de bebouwde kom.

Kruisen

In de bergen evenals op wegen met een sterke helling, moet het dalende voertuig zo nodig stoppen om het klimmende voertuig door te laten; wanneer moet achteruit gereden worden om ruimte vrij te maken, dan geldt als regel dat enkelvoudige voertuigen moeten achteruit rijden wanneer de tegenligger een voertuigcombinatie is, en dat lichte voertuigen moeten achteruit rijden voor zwaardere tegenliggers. 

Tussen voertuigen van dezelfde categorie geldt dat het dalende voertuig achteruit moet rijden voor het klimmende, behalve wanneer duidelijk is dat dit maneuver gemakkelijker kan uitgevoerd worden door het klimmende voertuig, namelijk wanneer dit zich dicht bij een uitwijkplaats bevindt.

Afstand tussen de voertuigen

Wanneer twee voertuigen achter elkaar rijden moet de bestuurder van het tweede voertuig een voldoende veiligheidsafstand houden. Die stemt overeen met de afstand die dat voertuig aflegt in twee seconden. Voor voertuigen of voertuigcombinaties van meer dan 3,5 ton of van meer dan 7 meter lang, mag die veiligheidsafstand buiten de bebouwde kom nooit lager zijn dan 50 meter.

 

Slepen

Een motorvoertuig mag een ander motorvoertuig alleen slepen in geval van panne of ongeval, en dan nog enkel over een korte afstand. Op autosnelwegen is dit absoluut verboden en moet een beroep gedaan worden op een gespecialiseerde takeldienst.

Signalisatie

- Een rood knipperend licht betekent verbod door te rijden; dergelijk licht kan een overweg aanduiden, een uitrit van brandweerwagens, enz.

- Wanneer een oranje pijl samen met een rood licht brandt betekent dit dat de bestuurder zijn weg mag volgen in de richting van de pijl, op voorwaarde voorrang te verlenen aan de voertuigen in de verkeersstroom waarin hij zich zelf wil begeven, evenals aan de voetgangers.

- Een gele zigzaglijn op de rijbaan duidt een autobushalte aan.

Stilstaan en parkeren

- Zoals bij ons duidt een gele onderbroken streep op een parkeerverbod, maar een gele doorlopende streep betekent dat zowel het stilstaan als het parkeren verboden zijn.

- Blauwe markeringen op de rijbaan duiden aan dat de parkeertijd beperkt is.

- In sommige steden is het verboden een voertuig langer te laten parkeren dan 7 opeenvolgende dagen (of minder, afhankelijk van de plaatselijke reglementering; in Parijs bijvoorbeeld is de parkeertijd beperkt tot maximum 24 uren na elkaar).

- In Parijs bestaan twee "rode assen" waarop stilstaan en parkeren strikt verboden zijn.
 

- In Parijs en in andere grote steden kan een foutief geparkeerd voertuig vastgezet worden met een wielklem, ook wanneer het om een buitenlands voertuig gaat. De automobilist moet zich dan wenden tot het plaatselijk politiecommissariaat en er een boete betalen om zijn voertuig vrij te krijgen.

 

Overnachten in een voertuig

Het is verboden te overnachten in een caravan die langs de weg geparkeerd staat. Het is wel toegelaten enkele uren te stoppen op de parkings van de autosnelwegen (opgelet nochtans: het autosnelwegenticket heeft een beperkte geldigheidsduur).

Maximum toegelaten alcoholgehalte

0,5 pro mille (0,2 pro mille voor leerling-bestuurders en beginnende bestuurders (= rijbewijs < 3 jaar) evenals voor de bestuurders van een autobus of autocar)

GSM

In pompstations is het gebruik van een draagbare telefoon verboden.

 

Veiligheidsgordels en kinderzitjes

Kinderen van minder dan 10 jaar moeten vervoerd worden in een veiligheidssysteem (kinderzitje, verhogingskussen, …) dat aangepast is aan hun lengte en gewicht. Ze mogen niet vooraan in het voertuig vervoerd worden, behalve indien de zitplaatsen achteraan niet met veiligheidsgordels zijn uitgerust of nog indien alle zitplaatsen achteraan reeds bezet zijn door kinderen van minder dan 10jaar.

 

Fietsers

's Nachts, evenals overdag bij slechte zichtbaarheid, moeten fietsers buiten de bebouwde kom een retro-reflecterend veiligheidsvestje dragen.

Een helm is verpicht voor kinderen jonger dan 12 jaar

Verwante inhoud