Verkeersregels in Zwitserland

Switzerland circulation

Trek je de bergen van Zwitserland in? Lees dan eerst even deze verkeersregels door.

Inhoud

 

 

 

 

Voorrang

Tenzij door de signalisatie anders is aangeduid, moet aan de rotondes voorrang verleend worden aan elk voertuig dat van links komt, zelfs indien het zich nog niet op de rotonde bevindt. Wie de rotonde wil verlaten moet dit met de knipperlichten aanduiden.

Een spoorvoertuig heeft altijd voorrang, zelfs wanneer het van links komt. Het heeft evenwel geen voorrang wanneer het vanuit een secondaire weg een hoofdweg oprijdt.

Inhalen

Het is fietsers en bromfietsers verboden een file voertuigen in te halen door tussen de files door te rijden.

Een tramvoertuig dat midden op de rijbaan stilstaat moet langs rechts ingehaald worden wanneer er een vluchtheuvel is voor de in- en uitstappende reizigers. Is er geen vluchtheuvel, dan mag de tram enkel langs links ingehaald worden. Zo dit niet mogelijk is, moet de bestuurder wachten.

Kruisen

Wanneer twee tegenliggers aan een kruispunt naar links willen afdraaien, moet dit "op z'n Indonesisch" gebeuren, d.w.z. door vóór de tegenligger af te draaien en niet er achter.

Op een rijbaan die te smal is om twee voertuigen te laten kruisen, heeft het zwaarste voertuig voorrang (een zwaar motorvoertuig heeft voorrang op een lichter motorvoertuig, een autocar heeft voorrang op een vrachtwagen). Tussen voertuigen van dezelfde categorie moet degene die zich het dichtst bij een uitwijkplaats bevindt, achteruit rijden.

In de bergen of op wegen met een steile helling, wanneer het kruisen tussen twee voertuigen van dezelfde categorie onmogelijk is, moet het dalende voertuig achteruit rijden, behalve indien het andere voertuig zich dichterbij een uitwijkplaats bevindt.

Op sommige bergwegen is, gedurende bepaalde uren, het verkeer slechts in één enkele richting toegelaten. Die uren staan aangegeven aan beide uiteinden van de weg 

Postwegen: wanneer op een bergweg een postverkeersbord staat, genieten de postvoertuigen van sommige privileges: de chauffeur die een postvoertuig tegenkomt op een plaats waar het moeilijk of gevaarlijk is te kruisen of in te halen, moet, op verzoek van de bestuurder van het postvoertuig, stoppen, verder rijden of achteruit rijden tot op een veiliger plaats.

Snelheidsbeperkingen

Binnen de bebouwde kom: 50 km/u

Buiten de bebouwde kom:

 

Autosnelwegen (minimum snelheid 80 km/u)

Semi-autosnelwegen (minimum snelheid 80 km/u)

Andere wegen

Personenwagens en kampeerauto's tot 3,5T 120 km/u 100 km/u 80 km/u
Personenwagens (en kampeerauto's tot 3,5T) die een aanhangwagen trekken 80 km/u (*) 80 km/u 80 km/u
Kampeerauto's van meer dan 3,5T 80 km/u (*) 80 km/u 80 km/u

(*) 60 km/u indien de aanhangwagen met zijn lading meer dab 1000 kg weegt.

Op autosnelwegen met minstens 3 rijstroken in dezelfde richting mag de uiterst linkse strook enkel gebruikt worden door voertuigen waarmee sneller dan 80 km/u mag gereden worden.

Wanneer een voertuig een ander voertuig sleept mag niet sneller dan 40 km/u gereden worden; op autosnelwegen en semi-autosnelwegen is slepen enkel toegelaten tot aan de eerstvolgende uitrit.

Het is strikt verboden een GPS-systeem te gebruiken of zelfs maar bij zich te hebben dat informatie bevat over de locaties van snelheidscontroles of rood-lichtcamera's.

Geluidshoorn

Buiten de bebouwde kommen moet de bestuurder de geluidshoorn gebruiken alvorens een scherpe en onoverzichtelijke bocht in te rijden. 's Nachts moet de geluidshoorn vervangen worden door lichtsignalen.

Signalisatie

Semi-autosnelweg

Verplicht gebruik van de parkeerschijf

Eenrichtingsverkeer met fietsers in de tegengestelde richting

  • Een groene pijl betekent dat de bestuurder mag afslaan in de aangeduide richting en dat hij voorrang heeft.
  • Een groene pijl die samen brandt met een oranje knipperlicht betekent dat het voertuig in de aangewezen richting mag afslaan maar voorrang moet verlenen aan de voetgangers die de rijbaan oversteken; indien de pijl naar links wijst en erboven een oranje knipperlicht brandt, moet het naar links afdraaiende voertuig bovendien voorrang verlenen aan de tegenliggers.
     
  • Op voorrangswegen zijn de richtingsborden en plaatsnaamborden uitgevoerd in witte opschriften op blauwe achtergrond; op ondergeschikte wegen gaat het om zwarte letters op een witte achtergrond.

Stilstaan en parkeren

Te nemen voorzorgen: Behalve de gewone maatregelen (afsluiten van portieren, activeren van het anti-diefstalsysteem, ...), moet de bestuurder op een helling de handrem aanzetten en een tweede maatregel nemen om de veiligheid te waarborgen, b.v. door de wagen in versnelling te zetten of door de wielen te richten naar de rand van het trottoir. Op een steile helling moet het voertuig verplicht geblokkeerd worden door middel van wielblokken of gelijkaardige voorwerpen (voor een ontkoppelde aanhangwagen geldt die verplichting zelfs op een lichte helling); vooraleer te vertrekken moet de bestuurder die voorwerpen van de rijbaan verwijderen.

Stilstaan (voor het in- of uitstappen van personen of voor het laden of lossen van zaken) is ondermeer verboden: op plaatsen waar een gele doorlopende streep op de rand van de rijbaan is aangebracht; in een smalle doorgang; op plaatsen bestemd voor het voorsorteren; op tramsporen; voor een brandweerkazerne; op minder dan 10 meter van een bord dat een halteplaats van het openbaar vervoer aanduidt, behalve om passagiers te laten in- of uitstappen (hetgeen slechts is toegelaten indien het openbaar vervoer er niet door gehinderd wordt). In smalle straten is het stilstaan daarentegen toegelaten op het trottoir, op voorwaarde een ruimte van minstens 1,50 meter breed vrij te laten voor de voetgangers.

Het parkeren (verlengde immobilisatie van het voertuig) is ondermeer verboden: op plaatsen waar een gele markering is aangebracht (b.v. een onderbroken gele streep met kruisen aan de rand van de rijbaan); op een brug; op de rijbaan waarlangs een fietsstrook is aangelegd; op minder dan 50 meter van een overweg die buiten de bebouwde kom gelegen is, en op minder dan 20 meter van een overweg binnen de bebouwde kom.

Overnachten in een voertuig

De nacht doorbrengen in een voertuig buiten een campingterrein is niet op algemene wijze verboden, maar sommige gemeentes (b.v. in de toeristische streken zoals Tessin) verbieden het wel. Behalve op plaatsen waar een signalisatie het parkeren en/of het verblijf uitdrukkelijk toelaat of verbiedt, is het aan te raden ter plaatse informatie in te winnen.

Lichten

  • Overdag is het gebruik van dagrijlichten of dimlichten verplicht.
  • De achtermistlichten mogen enkel gebruikt worden wanneer de zichtbaarheid minder dan 50 meter bedraagt ingevolge mist, sneeuwvlagen of felle regen.
  • De noodlichten (gelijktijdig gebruik van alle richtingaanwijzers) mogen gebruikt worden bij het slepen op een autosnelweg of semi-autosnelweg, of bij een plotse vertraging van het verkeer ingevolge opstopping of ongeval.

Maximum toegelaten alcoholgehalte

  • 0,5 pro mille
  • 0,1 pro mille onder andere voor leerling bestuurders , bestuurders die sinds kort hun rijbewijs hebben, professionele bestuurders.

Veiligheidsgordels en kinderzitjes

Kinderen tot 12 jaar moeten vervoerd worden in een goedgekeurd bevestigingssysteem (kinderzitje, verhogingskussen, …) dat aan hun grootte en gewicht is aangepast. Voor kinderen die meer dan 1,50 m groot zijn volstaat evenwel de veiligheidsgordel.

Gevaarsdriehoek

De driehoek moet zich binnen handbereik van de bestuurder bevinden (niet in de koffer).

Hij moet op minstens 100 meter achter het voertuig geplaatst worden op wegen met snel verkeer, en op minstens 50 meter op andere wegen. Indien het voertuig op de pechstrook staat, moet de driehoek op de rechterrand ervan geplaatst worden.

Fietsers

  • Fietsers moeten verzekerd zijn voor burgerlijke aansprakelijkheid. Dit is ook verplicht voor buitenlandse fietsers die geregeld naar Zwitserland gaan.
  •  Fietsen die op een fietsenrek achteraan het voertuig worden vervoerd mogen zijdelings tot maximum 20 cm buiten de omtrek van het voertuig uitsteken, op voorwaarde dat de totale breedte niet meer dan 2 meter bedraagt.

Verwante inhoud