Wetgeving winteruitrusting in België

Bruges

Tijdens de winter de baan op met sneeuwkettingen of spijkerbanden? Lees dan snel even de wetgeving rond winteruitrusting na.

Inhoud

 

 

 

 

Winterbanden

Winterbanden zijn nooit verplicht. Ze zijn het ganse jaar door toegelaten op voorwaarde dat de snelheidsindex niet lager is dan deze bij de gewone banden (d.w.z. de banden die de constructeur vooropstelt). Indien de snelheidsindex van de winterbanden lager is, dan zijn zij enkel toegelaten tussen 1 oktober en 30 april en moet er op het voertuig een duidelijk leesbaar vignet aangebracht worden binnen het gezichtsveld van de bestuurder met daarop de maximumsnelheid van deze banden.

Bij gebruik van winterbanden is het aan te raden alle wielen hiervan te voorzien hoewel dit niet echt verplicht is ; reglementair gezien is enkel vereist dat de banden op dezelfde as identiek zijn.

Sneeuwkettingen

Sneeuwkettingen mogen in ons land enkel gebruikt worden in geval van sneeuw of ijzel (art. 81.4.4.2e lid van het verkeersreglement). De voertuigen voorzien van kettingen zijn aan geen enkele bijzondere snelheidsbeperking onderworpen, maar men moet natuurlijk altijd zijn snelheid aanpassen zoals vereist onder meer door de staat van de weg en door de staat en de lading van het voertuig (art. 10.1.1°). Veiligheidshalve is het verkieslijker sneeuwkettingen op de vier wielen aan te brengen; indien men er evenwel slechts 2 gebruikt, moeten ze op de wielen met aandrijving worden aangebracht. Zogenaamde spikes-spiders kunnen met sneeuwkettingen gelijkgesteld worden en mogen onder dezelfde voorwaarden gebruikt worden.

Spijkerbanden

Hoewel spijkerbanden slechts zelden worden gebruikt in ons land, is het gebruik ervan gereglementeerd in de wetgeving. Hieronder lees je wat je moet onthouden.

  • Het gebruik van spijkerbanden is in ons land toegelaten van 1 november tot en met 31 maart. 
  • Mogen alleen met spijkerbanden worden uitgerust, de auto’s waarvan het hoogste toegelaten gewicht niet meer bedraagt dan 3,5 ton en de aan deze voertuigen gekoppelde aanhangwagens. Deze gewichtsbeperking geldt evenwel niet voor de prioritaire voertuigen, de voertuigen die gebruikt worden voor het berijdbaar houden van de wegen in de winter, de takelwagens en evenmin voor de minibussen, autobussen en autocars.
     

  • De spijkers mogen slechts gemonteerd worden op banden met radiale structuur. Ze moeten één enkele punt hebben en hun diameter mag aan de basis niet meer dan 7 mm bedragen; een tolerantie van 0,5 mm wordt toegestaan. Het aantal spijkers mag niet meer bedragen dan 110 voor de banden met een diameter van minder dan 13 duim en 130 voor die met een diameter van 13 duim of meer.
     

  • Wanneer op een voertuig spijkerbanden gemonteerd worden, moeten al de wielen ervan voorzien worden. Voor de voertuigen voor traag vervoer volstaat het evenwel dat de banden gemonteerd op dezelfde as, van dezelfde aard zijn, hetzij met hetzij zonder spijkers. In het geval van tweelingbanden volstaat het dat één van de twee banden voorzien is van spijkers : de spijkerbanden dienen in dat geval gemonteerd te worden symmetrisch ten opzichte van de lengteas van het voertuig. Aan hetzelfde voertuig mag geen band een aantal spijkers hebben dat meer dan 20 % lager ligt dan het aantal van de band die het grootste aantal spijkers heeft.
     

  • Een aanhangwagen, gekoppeld aan een met spijkerbanden uitgerust voertuig, moet er eveneens mee uitgerust worden behalve wanneer het een aanhangwagen betreft die gekoppeld is aan een voertuig voor traag vervoer, of een aanhangwagen waarvan het hoogste toegelaten gewicht niet meer bedraagt dan 500 kg. Aan een sleep die uitgerust is met spijkerbanden, mag geen band een aantal spijkers hebben dat meer dan 30 % lager ligt dan het aantal van de band die het hoogste aantal spijkers heeft.
     

  • Onverminderd de bepalingen die lagere snelheidsbeperkingen opleggen, wordt de snelheid van de met spijkerbanden uitgeruste voertuigen beperkt, buiten de bebouwde kommen:

    *  tot 90 km per uur op de autosnelwegen en de openbare wegen verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er ten minste twee bestemd zijn voor iedere rijrichting;
    *  tot 60 km per uur op de andere openbare wegen.

 

Deze snelheidsbeperkingen gelden evenwel niet voor de prioritaire voertuigen.

  • Een snelheidsplaat die 60 km vermeldt, moet aangebracht worden op een zichtbare plaats aan de achterzijde van de met spijkerbanden uitgeruste voertuigen en van de aanhangwagen zonder spijkerbanden gekoppeld aan een met spijkerbanden uitgerust voertuig. Deze snelheidsplaat moet het verkeersbord C43 afbeelden (zwarte cijfers op rood omrande witte schijf). De schijf moet een middellijn hebben van 21 cm; de rode boord moet 3 cm breed zijn; de cijfers zijn 7 cm hoog, 4,5 cm breed en de trekken ervan 1 cm dik. De rode rand van de schijf moet van reflekterende producten voorzien zijn. De snelheidsplaat moet weggenomen worden wanneer het voertuig wordt gebruikt zonder spijkerbanden. De beschikkingen inzake het gebruik van een snelheidsplaat gelden niet voor de prioritaire voertuigen, de voertuigen voor traag vervoer en evenmin voor de aanhangwagens die aan deze voertuigen gekoppeld zijn.  

     

Verwante inhoud