Touring: Verkeersveiligheid – drie pijlers voor een doeltreffend beleid

Naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit pleit Touring ervoor om verkeersveiligheid opnieuw centraal te zetten in het mobiliteitsbeleid. Te vaak wordt het debat herleid tot één  slogan: “trager rijden redt levens”. Die draagt een grote kern van waarheid, maar houdt tegelijk té  weinig rekening met de realiteit op de weg.
Volgens Touring rust verkeersveiligheid op drie onlosmakelijke pijlers: geloofwaardige en aangepaste regels, de verantwoordelijkheid van elke weggebruiker en veilige, slimme infrastructuur.

 Eerste pijler: geloofwaardige en aangepaste regels

De regels bestaan al: snelheidsbeperkingen, alcohol- en drugslimieten, gsm-verbod achter het stuur, gordelplicht… De meeste bestuurders respecteren ze.
Maar regels blijven enkel geloofwaardig als ze aansluiten bij de realiteit en gecontroleerd worden op een consequente manier. Een uniforme, starre regelgeving die geen rekening houdt met de concrete omstandigheden, verliest op termijn haar legitimiteit.

 Tweede pijler: de weggebruiker centraal

Verkeersveiligheid is meer dan technologie of regelgeving. Het staat of valt met gedrag. Het merendeel van de weggebruikers – automobilisten, fietsers, voetgangers, motorrijders – respecteert de wet.
De inspanningen moeten zich dus richten op echt gevaarlijk gedrag: alcohol en drugs, onaangepaste snelheid en digitale afleiding.
Volgens Touring is investeren in opleiding, sensibilisering en verantwoordelijkheid effectiever dan steeds nieuwe verboden opleggen.

 Derde pijler: veilige en inclusieve infrastructuur

Dit is de meest verwaarloosde pijler in België, terwijl hij doorslaggevend is. Een weg die “zelfverklarend en vergevingsgezind” is – goed onderhouden en aangepast aan alle weggebruikers – verlaagt het risico op ongevallen structureel. Dat geldt voor auto’s, motoren én niet-gemotoriseerde weggebruikers.

In Zweden bijvoorbeeld is deze aanpak de norm: de toegelaten snelheid wordt aangepast aan de reële veiligheid van de weg. Waar de infrastructuur onvoldoende is, geldt 80 km/u. Maar zodra er verbeteringen zijn (middenbermen, veilige inhaalstroken, voorzieningen voor fietsers en voetgangers), mag de snelheid stijgen naar 100 of 120 km/u.

En het gaat niet enkel om de auto: recent onderzoek van Trafikverket en het VTI (het Zweedse equivalent van Vias) focust op methodes om het comfort en de veiligheid van fietsers te meten, bijvoorbeeld door trillingen en oneffenheden van het wegdek in kaart te brengen.

Bovendien geldt in Zweden binnen de Vision Zero-strategie dat elk dodelijk ongeval grondig onderzocht wordt. Experts  analyseren de oorzaken en kijken of de infrastructuur zelf een rol speelde. Die systematische aanpak toont hoe sterk Zweden de weg en zijn inrichting als cruciale factor voor veiligheid beschouwt.

 Een model dat werkt

De cijfers spreken voor zich:

  • Zweden (2023): ± 22 verkeersdoden per miljoen inwoners
  • België (2023): ± 43 verkeersdoden per miljoen inwoners

Volgens Touring is deze grote kloof te verklaren: Zweden investeert in veilige infrastructuur, zet in op verantwoordelijkheid bij de weggebruiker en hanteert proportionele, geloofwaardige regels.

Conclusie

Verkeersveiligheid herleiden tot enkel “snelheid” is een doodlopend straatje. Naar aanleiding van de Week van de Mobiliteit roept Touring beleidsmakers op tot een evenwichtige aanpak:

  • investeren in infrastructuur (wegen én fietspaden),
  • de verantwoordelijkheid van weggebruikers versterken,
  • en de regels slim en realistisch aanpassen.

Alleen op die drie pijlers kunnen we bouwen aan écht veilig verkeer voor iedereen.