In Brussel draait verkeersveiligheid vóór alles om gedrag

Volgens de recentste cijfers van Brussel Mobiliteit zijn er sinds januari al vijftien mensen om het leven gekomen in het Brusselse verkeer — meer dan in heel 2024. Het is het tweede opeenvolgende jaar dat de statistieken opnieuw stijgen.

Touring uit zijn diepe bezorgdheid over deze evolutie en stelt dat het Brusselse mobiliteitsbeleid zich fundamenteel heeft vergist door te geloven dat de veralgemeende zone-30 de mirakeloplossing was om de verkeersveiligheid te verbeteren. De realiteit toont vandaag het tegenovergestelde: de daling van het aantal slachtoffers is gestopt, en de trend keert.

Gedrag blijft de bepalende factor

De eigen cijfers van Brussel Mobiliteit tonen bovendien aan dat “overdreven snelheid in geen enkel dodelijk ongeval een rol speelde”.

Wat als een neutrale vaststelling wordt voorgesteld, legt in werkelijkheid de beperkingen bloot van een aanpak die zich bijna uitsluitend richt op snelheid en het beperken van het autoverkeer, in plaats van op een samenhangende strategie die inzet op preventie en gedrag.

Verkeersveiligheid hangt niet enkel af van infrastructuur of voertuigen, maar vooral van menselijk gedrag — alertheid, wederzijds respect en verantwoordelijk verkeersinzicht bij álle weggebruikers: automobilisten, fietsers én voetgangers.

Touring wijst er bovendien op dat de Brusselse regering het argument van verkeersveiligheid heeft misbruikt om de veralgemening van de zone-30 te “verkopen”, zonder tegelijk voldoende te investeren in sensibilisering, educatie en gedragsbeïnvloeding.

De mens opnieuw centraal stellen

“Los van het technische debat gaat het hier in de eerste plaats om mensenlevens,” besluit Touring.

“Een geloofwaardig verkeersveiligheidsbeleid kan alleen slagen als het de mens opnieuw centraal stelt — niet als tegenstander, maar als verantwoordelijke deelnemer aan het verkeer.”