Krokusvakantie en skireis. Touring herinnert aan de basisregels.

Nu de Krokusvakantie nadert, roept Touring Belgische vakantiegangers op om risico’s vooraf in te schatten, op de weg én op de skipiste. De vakantieperiodes lopen niet volledig gelijk: in Vlaanderen duurt de krokusvakantie van maandag 16 tot en met zondag 22 februari 2026; in de Federatie Wallonië-Brussel loopt de krokusvakantie van maandag 16 februari tot zaterdag 28 februari 2026. 

Touring: Een skireis bereid je voor. Wie naar de bergen trekt improviseert best niet en zorgt ervoor dat men niet vermoeid aan de reis begint, dat het materiaal in orde is evenals de reisbijstand.

Touring waarschuwt uitdrukkelijk voor lawinegevaar en raadt af om buiten de officiële skipistes te gaan wanneer er verse sneeuw is gevallen op een bevroren laagje ‘oudere’ sneeuw. Die kan gaan schuiven en vormt de grootste kans op lawines. In alle omstandigheden buiten de officiële pistes raden we een gids aan en moet men ook het skistation inlichten dat men daar gaat skiën. Draag ook een bieper op het lichaam zodat men je makkelijker kan traceren wanneer je onder de sneeuw belandt. Het risico op lawines is groot en er zijn al tal van wintersporters omgekomen dit seizoen. 

Het overkomt niet alleen ‘anderen’

Elke winter behandelt Touring tal van dossiers gelinkt aan wintersport: valpartijen, blessures, hospitalisaties, repatriëringen, maar ook pech en incidenten onderweg. “Tijdens de krokusvakantie van 2025 ontvingen we 5.271 oproepen en voerden we 1.695 interventies ter plaatse uit. Daarvan waren er 87 skiongevallen”.

Medisch kwam Touring 553 keer tussen en organiseerde het 84 repatriëringen van personen. Ongevallen gebeuren vaak na enkele dagen, wanneer het vertrouwen groeit en er meer risico’s worden genomen: typisch op dag 3 en 4. 

Enkele tips om te overwegen

  • Check je reisbijstand ‘personen’: neem je Europese ziekteverzekeringskaart (EZVK), identiteitsdocumenten en de noodnummers van je bijstand of verzekeraar mee: bij problemen versnelt dat de afhandeling en controleer wat precies gedekt is: medische kosten, repatriëring, opsporing en redding, burgerlijke aansprakelijkheid op de piste, annulatie/vroegtijdige terugkeer. Een goede dekking voor het voertuig betekent niet automatisch een goede dekking voor de personen (en omgekeerd).

  • Op de weg: winterbanden en sneeuwkettingen – essentieel richting de bergen
    In de krokusvakantie van 2025 voerde Touring 1.106 technische interventies uit (pech of technische incidenten) en repatrieerde het 65 voertuigen. De meest voorkomende oorzaken: banden, batterij, startmotor, koelsysteem en remmen. Zorg er dus voor de winteruitrusting is orde is: goede winterbanden én eventueel compatibele sneeuwkettingen. Controleer profieldiepte en bandenspanning en voorzie winter-ruitensproeiervloeistof.

Op de piste: er bestaat een “gedragscode”
Snelheid onder controle houden, juiste lijnkeuze, respect voor signalisatie, voorzichtig inhalen, hulp verlenen en gegevens uitwisselen bij een ongeval. Touring raadt ook aan om kort op te warmen, rustig te herstarten, regelmatig te pauzeren en bij twijfel advies te vragen aan skileraren en pistediensten. Nog iets: bij jongeren is de skihelm meestal ingeburgerd, bij volwassenen nog te vaak vergeten. Touring raadt een helm aan voor iedereen, ongeacht niveau. Bij een ongeval: verwittig de pistediensten en beveilig de plaats. Laat de feiten vaststellen en noteer nuttige info (identiteit, getuigen, omstandigheden). Neem snel contact op met je bijstand/verzekeraar om medische begeleiding, kostenregeling en eventueel terugkeer vlot te organiseren.

  1. Batterie : le froid est un révélateur. Une batterie fatiguée peut lâcher en station, au moment où tout le monde repart. Si le démarrage montre le moindre signe de faiblesse, faites tester avant de prendre la route.
  2. Liquides et visibilité : lave-glace hiver, niveau de refroidissement, état des essuie-glaces, éclairage complet.
  3. Pauses et marge : mieux vaut une pause planifiée qu’un arrêt forcé dans un bouchon en altitude. Gardez aussi une marge en carburant ou en autonomie avant la montée finale.
  4. Timing : si possible, évitez le départ en plein pic (fin d’après-midi/soirée). Partir un peu plus tôt ou décaler de quelques heures change souvent tout.

« Les départs au ski, c’est un long trajet, un véhicule chargé, des températures basses et parfois la neige sur les derniers kilomètres. Anticiper le trafic et s’équiper correctement, ce n’est pas du confort : c’est la condition pour arriver sereinement, sans se mettre en danger et sans bloquer les autres. »