Zachte mobiliteit: veiligheid begint bij de echte problemen

Het debat over de veiligheid van zachte of actieve mobiliteit is terecht, maar de prioriteiten mogen niet verkeerd gelegd worden. Vandaag bestaat het risico dat alle aandacht naar de helm gaat, terwijl de belangrijkste problemen elders liggen, aldus mobiliteitsorganisatie Touring.

De eerste prioriteit moet zijn om de vele niet-conforme voertuigen aan te pakken die vandaag op de openbare weg rijden. Veel fatbikes, elektrische fietsen, en soms zelfs gewone stadsfietsen, longtails of cargofietsen rijden met te veel ondersteuning of in omstandigheden die niet meer stroken met de bedoeling van de regelgeving. Daar ligt vandaag het echte veiligheidsprobleem, omdat het vaak gaat om zwaardere en snellere voertuigen, soms gebruikt voor het vervoer van kinderen of goederen, met dus ook grotere gevolgen bij een ongeval.

Daarnaast moet erkend worden dat steps een specifiek probleem vormen. Door hun constructie zijn ze instabieler, gevoeliger voor oneffenheden in het wegdek en moeilijker onder controle te houden dan fietsen. Daarom verdienen ze bijzondere aandacht en wellicht ook aangepaste regels. Maar ook daar moet eerst het kader duidelijk zijn: welke toestellen zijn toegelaten, tot welke snelheid, volgens welke technische normen, met welke homologatie, en hoe kan men op een duidelijke manier het onderscheid maken tussen conforme en niet-conforme steps.

Een helmplicht kan deel uitmaken van de oplossing, maar mag de rest niet overschaduwen. Anders dreigt men een zichtbare maatregel naar voren te schuiven die eenvoudig uit te leggen en relatief makkelijk te controleren is, terwijl de echte uitdagingen op de achtergrond verdwijnen. Een helm controleren is eenvoudiger dan nagaan of een fatbike, elektrische fiets, step of ander voertuig sneller rijdt dan wettelijk is toegestaan. Het risico bestaat dus dat men vooral focust op wat het makkelijkst te verbaliseren is, in plaats van op wat het belangrijkst is om aan te pakken.

Er is bovendien een zeer concreet controleprobleem. Zolang er geen duidelijk technisch kader bestaat, geen eenvoudige identificatie van gebruiker of voertuig, en geen gemakkelijk vast te stellen criteria op het terrein, zullen controles zwaarder, trager en soms ook betwistbaarder worden. Men kan van de controlediensten niet verwachten dat ze alles tegelijk controleren: de helm, de werkelijke snelheid, een mogelijke opvoering, de technische conformiteit, de categorie van het voertuig en de identiteit van de gebruiker, zonder eerst de regels en de controlemiddelen te vereenvoudigen.

Tot slot hangt veiligheid niet alleen af van het voertuig, maar ook van de gebruiker. Veel mensen kennen de verkeersregels, voorrangsregels, beperkingen van hun voertuig en de juiste gedragingen in de openbare ruimte onvoldoende. Een geloofwaardig beleid moet dus ook inzetten op meer informatie, meer sensibilisering en, waar relevant, een echte reflectie over een minimale vorming van gebruikers.

Kort samengevat: de helm mag niet de boom worden die het bos verbergt. De prioriteit moet eerst gaan naar niet-conforme of te snelle voertuigen, in het bijzonder fatbikes, sommige elektrische fietsen, longtails of cargofietsen, en naar een specifiek kader voor steps, die op zich al een hoger risico inhouden. Pas daarna, in een duidelijk en toepasbaar kader, kan de discussie over de helm op een nuttige manier gevoerd worden. Anders dreigt vooral een zichtbaar debat over een secundaire maatregel, terwijl de echte problemen gewoon blijven.