- Van de leerlingen uit het secundair onderwijs van 15 jaar en ouder gaat 46% voornamelijk met het openbaar vervoer naar school, 28% met de fiets, 16% met de auto en 10% te voet.
- De verschillen tussen de gewesten zijn groot: de fiets domineert in Vlaanderen, terwijl het openbaar vervoer duidelijk op de eerste plaats komt in Brussel en Wallonië.
- Volgens Touring vereist veilig schoolverkeer aangepaste infrastructuur, goed georganiseerde schoolomgevingen en verantwoordelijk gedrag van alle weggebruikers.
Brussel, 3 september 2026 – Met de start van het nieuwe schooljaar leggen honderdduizenden kinderen en jongeren opnieuw dagelijks de weg naar school af, te voet, met de fiets, met het openbaar vervoer of met de auto. Volgens Touring mag verkeersveiligheid zich daarbij niet beperken tot de onmiddellijke omgeving van de schoolpoort. Het volledige traject tussen thuis en school moet veilig en logisch worden ingericht.
Nieuwe cijfers die Statbel op 27 augustus 2026 publiceerde, tonen hoe verschillend leerlingen zich verplaatsen. Van de ongeveer 600.000 leerlingen uit het secundair onderwijs van 15 jaar en ouder gebruikt 46% voornamelijk het openbaar vervoer om naar school te gaan, 28% de fiets, 16% de auto en 10% gaat te voet.
De regionale verschillen zijn bijzonder groot. In Vlaanderen gaat 46% van de betrokken leerlingen voornamelijk met de fiets naar school. In Brussel kiest 79% voor het openbaar vervoer, tegenover 55% in Wallonië. De auto vertegenwoordigt 27% van de verplaatsingen in Wallonië, 13% in Vlaanderen en slechts 2% in Brussel.
“Deze cijfers tonen aan dat er niet één typische schoolroute bestaat. De behoeften van een leerling die met de fiets naar school gaat, zijn niet dezelfde als die van een jongere die eerst naar een bushalte moet of met de auto wordt gebracht. De verkeersveiligheid moet daarom rekening houden met de lokale realiteit en met het volledige traject.”
Veilige en duidelijke schoolomgevingen
Voor en na schooltijd komen auto’s, fietsers, voetgangers, bussen en soms e-steps vaak samen in een beperkte ruimte. Volgens Touring moeten de voorzieningen daarom vooral eenvoudig en duidelijk zijn: goed zichtbare oversteekplaatsen, veilige routes voor fietsers, aangepaste afzetzones en voldoende zichtbaarheid aan kruispunten en zebrapaden.
Ook snelheidsbeperkingen moeten duidelijk herkenbaar zijn en logisch aansluiten bij de omgeving, zodat bestuurders onmiddellijk begrijpen dat ze een zone binnenrijden waar extra voorzichtigheid nodig is.
Ook ouders spelen een belangrijke rol. Dubbel parkeren, stoppen op een fietspad of te dicht bij een zebrapad kan het zicht op een kind belemmeren en bijkomende risico’s creëren.
“Een kind zo dicht mogelijk bij de schoolpoort afzetten, is niet noodzakelijk de veiligste oplossing. Wanneer het mogelijk is, kan iets verder parkeren en de laatste honderden meters te voet afleggen de verkeersdruk en de conflicten tussen auto’s, fietsers en voetgangers aan de schoolpoort verminderen.”
Kinderen geleidelijk zelfstandiger leren worden
Volgens Touring is de start van het schooljaar ook een goed moment om samen met kinderen de schoolroute opnieuw af te leggen, moeilijkere of gevaarlijke punten te bespreken en de basisregels te herhalen: oversteken op een goed zichtbare plaats, goed kijken vóór je de weg opgaat, afleiding vermijden en ervoor zorgen dat je zelf goed zichtbaar bent.
Veilig schoolverkeer is dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid: aangepaste infrastructuur, duidelijke regels en aandachtig gedrag van alle weggebruikers. Het doel moet zijn dat elk kind zo veilig mogelijk naar school kan gaan, ongeacht het gekozen vervoermiddel.
Bron: Statbel, Fiets in Vlaanderen, openbaar vervoer in Brussel en Wallonië: hoe leerlingen uit het secundair onderwijs naar school gaan, gepubliceerd op 27 augustus 2026. Gegevens uit de module “Mobiliteit” van de Enquête naar de Arbeidskrachten, referentieperiode 2023-2025.