Image
Luchtvaart - vliegtuig op de grond
Luchtvaartsector: de olieprijs daalt maar de brandstoftoeslagen blijven onaangeroerd. Hoe kan dat?

Een van de redenen is dat luchtvaartmaatschappijen de prijs van brandstof lang op voorhand vastleggen via zogeheten ‘hedge-contracten’. Op die manier dekken maatschappijen zich in tegen grote prijsschommelingen.

Eveneens bepalend is dat de prijs van kerosine, de brandstof voor vliegtuigen, minder snel daalt dan die van ruwe olie. Daarnaast speelt ook de dollarkoers een rol. Brandstof wordt immers in dollar verrekend en de dollar staat momenteel alles behalve gunstig.

Betalen luchtvaartmaatschappijen dan al die jaren nog steeds evenveel voor kerosine? Neen, er wordt wel degelijk (fors) verdiend aan die toeslagen maar feit is dat de prijs van tickets samengesteld is uit een hele rist elementen.

Zoals bijvoorbeeld luchthaventaksen (luchthaven van vertrek, aankomst en waar je overstapt), veiligheids- en passagierstoeslag, kosten voor verzekering en veiligheidsmaatregelen, boekingskosten, enz.

Bij dat alles is het niet (meer) duidelijk waar die brandstoftoeslag ‘verstopt’ zit. Dat gebrek aan transparantie is niet meteen een punt van discussie voor de consument.

Wie prijzen vergelijkt, doet dat doorgaans immers op basis van de all-in-tarieven. Het maakt (voor de consument) dan ook niet uit welke maatschappij veel, minder of zelfs géén brandstoftoeslag doorrekent.

Meer nog dan de brandstoftoeslag wordt de ticketprijs bepaald door de wet van vraag en aanbod. In periodes waar veel mensen tegelijk reizen, zoals officiële vakantieperiodes en op feestdagen, is de vraag vaak groter dan het aanbod waardoor ticketprijzen fors stijgen.

Eén cruciale factor zorgt er evenwel voor dat luchtvaartmaatschappijen niet onbesuisd hun tarieven bepalen: de concurrentie.

Luchtvaartmaatschappijen zullen en kunnen zichzelf niet uit de markt prijzen. Wel integendeel: de competitie is dermate onverbiddelijk dat alerte consumenten er hun voordeel bij doen.

Deel deze inhoud