Rijhulpsystemen: niet altijd betrouwbaar bij slecht weer

Image
ADAC-test van rijhulpsystemen bij regen in de weerkamer van AVL in Roding
Image
ADAC-test van rijhulpsystemen bij regen in de weerkamer van AVL in Roding

Rijhulpsystemen: niet altijd betrouwbaar bij slecht weer

Ze remmen, waarschuwen, houden toezicht en beloven het risico op ongevallen te verkleinen. Maar wat zijn rijhulpsystemen nog waard wanneer de regen intenser wordt? Of wanneer er mist is of de laagstaande zon de sensoren verblindt? Samen met de ADAC en andere Europese partnerclubs nam Touring deel aan een grondige studie. Een studie die een realiteit laat zien die genuanceerder is dan marketingpraatjes ...


We zijn gewend geraakt aan het idee dat recente auto’s steeds beter ‘zien’. Camera’s, radars, soms lidars: een hele reeks sensoren houdt in de gaten wat er voor het voertuig gebeurt en belooft de bestuurder te waarschuwen, of zelfs in zijn plaats te remmen, bij gevaar. In het echte leven zijn de omstandigheden echter niet zo ideaal als in een laboratorium. Het regent, het wegdek glanst, de avond valt, de koplampen van tegenliggers verblinden je en op sommige ochtenden kan dichte mist jouw zicht drastisch beperken.

Een voetgangerspop voor een auto die door de ADAC in hevige regen is getest.
De rijhulpsystemen zijn getest bij een snelheid van 30 km/u in de aanwezigheid van een overstekende voetganger, ook bij hevige regen. Foto: ADAC / Kirsch


Het is precies deze kloof tussen de klassieke tests en het werkelijke gebruik die aan de basis ligt van deze studie, waaraan Touring samen met de ADAC heeft deelgenomen. Ter herinnering: de ADAC is een van onze ‘zusterclubs’ binnen de Europese automobielverenigingen en de FIA.

De meeste gestandaardiseerde tests worden nog altijd uitgevoerd onder gunstige omstandigheden, op een droge weg en met goed zicht. Maar net wanneer de omstandigheden verslechteren, rekent de automobilist het meest op z’n rijhulpsystemen. Daarom moesten we dit onafhankelijk en reproduceerbaar controleren. En moesten we nagaan hoe rijhulpsystemen zich gedragen wanneer het weer een echte tegenstander wordt.


Een weerlab om het echte leven na te bootsen

De test werd uitgevoerd in de weersimulatie-installatie van AVL in Roding, Duitsland. Deze klimaatkamer beslaat ongeveer 1.600 m². Ze maakt het mogelijk om regen, mist, duisternis, schemerverlichting en zelfs sterk tegenlicht te simuleren, zoals bij een laagstaande zon. De installatie omvat 560 sproeikoppen voor regen en 173 hogedruksproeikoppen voor mist. Daarnaast is er ook krachtige verlichting en een virtuele xenonzon.

Het nut van deze omgeving is eenvoudig: exact dezelfde scenario’s herhalen. En dat alles om verschillende voertuigen te vergelijken zonder afhankelijk te zijn van het weer, dat nu eenmaal voortdurend verandert. We selecteerden 6 personenauto’s, met een uiteenlopende sensorarchitectuur:

  • ​De Mercedes CLA en de Volkswagen T-Roc vertegenwoordigen vandaag de dag de meest gangbare formule, met een combinatie van camera en radar.
  • De Tesla Model Y werkt uitsluitend met camera’s.
  • De NIO EL6 voegt een lidar toe aan radar en camera.
  • De Subaru Impreza gebruikt zijn EyeSight-systeem met dubbele stereoscopische camera.
  • De BYD Seal is eveneens uitgerust met een combinatie van camera en radar.

Het doel van deze test van rijhulpsystemen was niet om één merk tot winnaar uit te roepen, maar om te begrijpen hoe verschillende technische benaderingen standhouden onder dezelfde beperkingen.

Resultaten van de ADAC/Touring-tests, uitgevoerd bij 30 km/u onder verschillende ongunstige weersomstandigheden. Geen enkel rijhulpsysteem beheerst alle scenario’s perfect; dichte mist blijft het belangrijkste zwakke punt.


Twee kritieke situaties, zes weertypes

De tests zijn uitgevoerd bij 30 km/u. Een typisch stedelijke snelheid waarbij een rijhulpsysteem nog echt het verschil kan maken. We selecteerden twee kritieke situaties. Een volwassen voetganger die het pad van de auto kruist met 5 km/u en het naderen van een voertuig dat stilstaat op de rijbaan, met de achterlichten aan. Elk scenario werd vervolgens herhaald onder verschillende omstandigheden: nat wegdek, lichte regen, zware regen, mist, dichte mist en tegenlicht met een lichte nevel.

Voor de regen hebben de ingenieurs 19 mm/u aangehouden voor lichte regen en 88 mm/u voor een zeer intense stortbui. Voor de mist werd het zicht teruggebracht tot 80 meter, en vervolgens tot 20 meter in het meest ernstige geval. Daar kwamen verschillende lichtniveaus bij: 2.000 lux voor een heldere omgeving, 150 lux voor de schemering en 0 lux voor volledige duisternis. We zijn dus mijlenver verwijderd van een eenvoudige demonstratietest. De verdienste van dit protocol is bovendien dat het het brede publiek aanspreekt. Het gaat niet om theoretische valstrikken, maar om alledaagse situaties. Zoals een voetganger die plots van opzij de straat oversteekt, een stilstaand voertuig recht voor je, een vochtige avond of een mistige ochtend.

Rijhulpsystemen beperkt door beperkt camerabeeld Mobilität- und Sensorzentrum - Roding Research AVL Software und Functions GmbH, Schorndorf Straße 91, 93426 Roding.
Informatie voor de bestuurder is van cruciaal belang wanneer de sensoren op hun grenzen botsen. Foto: ADAC / Kirsch


Globaal oordeel: geen enkele technologie is onfeilbaar

De algemene conclusie over deze rijhulpsystemen is veelzeggend: geen van de zes geteste auto’s slaagde erin om alle situaties perfect te beheersen. Geen enkele huidige technologie biedt dus een universele betrouwbaarheid zodra de omstandigheden echt slecht worden. De duidelijkste vaststelling betreft dichte mist. In dit scenario botsen bijna alle voertuigen op hun limieten. Dat is de achilleshiel van de huidige systemen, of ze nu gebruikmaken van radar, camera’s, lidar of een combinatie van meerdere sensoren.

De reden is vrij eenvoudig te begrijpen. Wanneer er veel waterdruppeltjes in de lucht zweven, verstoren ze de voortplanting van golven of licht. Dat bemoeilijkt de interpretatie van wat de sensoren ‘zien’. De ingebouwde elektronica stopt niet per se met werken, maar de waarneming verslechtert. Soms zeer sterk zelfs. En precies daarin ligt het hele belang van de studie: ons eraan herinneren dat een systeem dat als zeer geavanceerd wordt aangekondigd, onder bepaalde omstandigheden niet langer over een voldoende betrouwbare meting beschikt om op tijd te remmen.

Deze uitleg is een coherente afleiding op basis van de technische bevindingen die in het rapport zijn geformuleerd over dichte mist, lidar en de interactie tussen licht, waterdruppels en reflecterende oppervlakken.

Rijhulpsystemen die tijdens een test met een voetgangersdummy niet goed functioneerden.
Sommige systemen reageren te laat wanneer het zicht sterk verslechtert. Foto: ADAC / André Kirsch


Meer sensoren betekenen niet automatisch meer efficiëntie

Een van de meest bruikbare lessen uit het rapport over deze rijhulpsystemen is de volgende: het vermenigvuldigen van sensoren garandeert op zich geen beter resultaat. Je zou kunnen denken dat een voertuig dat is uitgerust met een lidar, een radar en camera’s logischerwijs een doorslaggevend voordeel heeft. Toch toont de NIO EL6, ondanks deze uitrusting, duidelijke beperkingen in dichte mist. Het rapport benadrukt dat, hoewel lidar in theorie een geavanceerdere technologie is dan radar, onder deze omstandigheden niet het beste resultaat werd behaald.

Anderzijds staat een eenvoudigere aanpak niet automatisch gelijk aan mislukking. De Tesla Model Y, die uitsluitend op camera’s is gebaseerd, slaagt er niet in om alle aanrijdingen te vermijden. Zeker wanneer de mist erg dicht wordt. Maar hij heeft weleen belangrijke kwaliteit: in alle scenario’s werd minstens één waarschuwing gegeven. Voor de bestuurder kan dat het verschil maken. Want zelfs als het automatische remmen de impact niet volledig voorkomt, zorgt een vroege waarschuwing voor extra reactietijd. Het rapport merkt ook op dat het systeem tijdens de tests geen duidelijke uitval kende.

Rijhulpsystemen en dashcam achter een natte voorruit.
Tijdens de tests maten we de reactie van rijhulpsystemen bij hevige regen. Foto: ADAC / Kirsch


Mercedes voorop, BYD op afstand

De Mercedes CLA is over het algemeen de auto die het best presteert. Vooral in dichte mist maakt zijn rijgedrag indruk, waar vrijwel alle andere modellen falen. Toch is de Mercedes niet zonder tekortkomingen. Ingenieurs stelden in één specifiek geval een opvallende zwakte vast. Bij lichte regen, met een overstekende voetganger, werd een ingezette remactie onderbroken. Dit resultaat onderstreept dat een goed systeem geen perfect systeem is en dat zelfs de beste leerling verrast kan worden.

De BYD Seal baart ons meer zorgen. Het rapport wijst op terugkerende zwaktes in het automatische noodremsysteem. Bij hevige regen en dichte mist zijn de reacties zwak, of zelfs bijna onbestaande. Nog zorgwekkender is dat het voertuig tijdens de tests geen melding gaf van een beperking van de sensoren of van een storing. Voor de bestuurder is dat een reëel probleem. Als de auto namelijk slecht reageert zonder dat te melden, voedt dat precies dat valse gevoel van veiligheid waar Touring voor wil waarschuwen.

Rijhulpsystemen getest bij een voetganger in de ADAC-klimaatkamer.
In de klimaatkamer van AVL in Roding testten we zes voertuigen om na te gaan wat de grenzen zijn van rijhulpsystemen bij slecht weer en het detecteren van voetgangers. Foto: ADAC / André Kirsch


Ook duidelijke waarschuwingen zijn belangrijk

De Subaru Impreza verdient bijzondere aandacht om een reden die verder gaat dan prestaties. Het EyeSight-systeem, dat steunt op stereoscopisch camerazicht zonder radar, wordt in de meeste alledaagse situaties als overtuigend beschouwd. Maar vooral: het informeert de bestuurder duidelijk wanneer de zichtbaarheid zo slecht wordt dat de functie wordt beperkt of uitgeschakeld. In een wereld waarin veel automobilisten ervan uitgaan dat elektronica voortdurend blijft waken, is die transparantie essentieel.

De Volkswagen T-Roc raakt ook sneller in de problemen bij het scenario met de overstekende voetganger. Bij dichte mist is de functie simpelweg niet meer beschikbaar. Ook hier vraagt het onderzoek echter om nuance. ADAS (rijhulpsystemen) zijn noch nutteloos, noch wonderbaarlijk. Ze kunnen in veel situaties prima werken, maar precies op het moment dat de omstandigheden moeilijker worden, tekortschieten.


Rijhulpsystemen: waardevolle ondersteuning, geen automatische piloot

Je moet deze studie ook lezen voor wat ze is. Ze probeert rijhulpsystemen niet in diskrediet te brengen. Integendeel, ze herinnert eraan dat ze waardevol zijn. In veel situaties compenseren ze een moment van onoplettendheid, anticiperen ze op gevaar of helpen ze de ernst van een impact te verminderen. Maar ze mogen nooit gezien worden als een automatische piloot. Bij slechte weersomstandigheden presteert de huidige technologie niet beter dan een aandachtige bestuurder.

Dit idee verdient het om onthouden te worden, omdat het de juiste manier samenvat om rijhulpsystemen te gebruiken: als ondersteuning, niet als het uit handen geven van het rijden. Hoe meer auto’s “voor ons kijken”, hoe noodzakelijker het wordt om eraan te herinneren dat ze niet altijd goed zien. Dat is ook een van de kwesties die in deze studie aan bod komen. Wanneer de technische grenzen worden bereikt, moet de bestuurder daar onmiddellijk op een duidelijke, consistente manier van op de hoogte gebracht worden.

Rijhulpsystemen door de ADAC getest met voetgangerspoppen.
Geen enkel getest systeem kon alle slechte weersomstandigheden perfect aan. Foto: ADAC / André Kirsch


Conclusie

De les van deze testcampagne is dus tweeledig. Ja, rijhulpsystemen kunnen kostbare fracties van een seconde winnen, een nuttige remactie in gang zetten en het risico op ongevallen verkleinen. Maar nee, ze veranderen de auto niet in een autonome cocon die ongevoelig is voor de grillen van het weer. In de regen, in de mist of bij laagstaande zon blijft de verantwoordelijkheid bij de bestuurder. Dat is de boodschap die Touring wil meegeven: vertrouwen houden in de technische vooruitgang, zonder er ooit blind op te vertrouwen.