Toen Touring 130 jaar geleden als Touring Club het daglicht zag, was de fiets een statussymbool en de automobiel voor de meeste mensen een onbereikbare droom. En toch was 1895 een scharniermoment in de automobielgeschiedenis. Het begrip mobiliteit was geboren, en Touring zag hier voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd.
Bij de oprichting van Touring in 1895 is er in België en de ons omringende landen van mobiliteit nauwelijks sprake. De beschikbare openbare ruimte wordt voornamelijk ingenomen door paard en kar, voetgangers, een sporadische fietser en tram- en treinsporen. En het onderhoud aan de wegen neemt af als de trein aan populariteit begint te winnen.

In 1891 oppert een zekere Roger de Goeij dat het zo niet verder kan. Hij vat het idee op om fietspaden aan te leggen van één meter breed. Het onderhoud wil hij financieren door fietstaksen, ronduit visionair. Dat gedachtegoed leidt in de zomer van 1891 tot de oprichting van de ‘Ligue Nationale pour l’Amélioration des Routes’. Het zaadje voor een Belgische fietsclub is gezaaid. Het is uiteindelijk Gaston Berlaen, lid van de Cycling Club van Laken, die een club opricht naar Frans model. Op 22 februari 1895 is de officiële oprichting van het huidige Touring (toen TCB of Touring Club de Belgique) een feit. Kort daarna verschijnt de allereerste editie van het ledenblad, de voorloper van het magazine dat nu voor je ligt.

Promotie van toerisme
Touring promoot van meet af aan fietsuitstappen en ontwikkelt hiervoor gidsen en kaarten. Veiligheid, infrastructuur en toeristische beleving gaan hand in hand. De club richt zich tot ministers, gouverneurs en burgemeesters met duidelijke eisen: betere wegen, wegwijzers, bescherming van het landschap enzovoort.

Al in 1897 krijgt Touring vrijstelling van douanerechten voor fietsen en lanceert het tegelijkertijd het idee om hetzelfde te doen voor de automobiel. Ter verduidelijking: de douanerechten stonden grensoverschrijdend toerisme in de weg, want de grens oversteken was in die tijd een bureaucratische nachtmerrie. De grondslagen voor internationaal toerisme zijn gelegd …
Nieuwe rubriek gewijd aan de auto
Intussen verschijnt er een kort maar opmerkelijk berichtje in het Bulletin Officiel van maart 1897, namelijk dat de ‘hippomobiel’ dra zal worden opgevolgd door de automobiel. Meer nog: de term ‘familiaal toerisme’ wordt voor het eerst in de mond genomen. Het magazine krijgt er later dat jaar een nieuwe rubriek bij die volledig gewijd is aan de auto.
Begin 1900 komt er een nieuwe voorzitter en ook hij houdt de vaart erin. Hij ijvert onder meer voor het duidelijker scheiden van de rijwegen voor auto’s en fietsers, het aanbrengen van straatverlichting en de nummering van onze wegen.
Touring zorgt aan het begin van de 20ste eeuw ook voor opschudding. Op het Autosalon van 1906 presenteert de club namelijk de moderne hotelkamer (van de toekomst). De kamer is voorzien van alle modern en hygiënisch comfort. De pers en de salonbezoekers zijn laaiend enthousiast.

De jaren en decennia nadien bewijst Touring keer op keer dat het de belangen van de weggebruiker verdedigt. Als net voor WOI de benzineprijzen verdrievoudigen, schiet Touring in actie. Helaas brengt WOI alle ontwikkelingen tot stilstand. Maar nauwelijks 40 dagen na het grote wereldconflict publiceert Touring een overzicht van de toestand van de wegen, een van de stokpaardjes van de club. Niet veel later is het inhoudelijk ‘business as usual’: er worden weer groepsreizen georganiseerd en Touring zet de politiek opnieuw onder druk. En de benzineprijzen? Die kan Touring terugdringen door met een aantal grote brandstofleveranciers rond de tafel te gaan zitten.
In 1926 publiceert Touring een rapport over het wegennet waaruit blijkt dat nauwelijks een kwart van de ongeveer 8.700 km aan rijkswegen, 1.600 km aan provinciewegen en de ruim 33.000 lokale wegen in goede staat is. De club eist de oprichting van een Rijksdienst voor Wegen die zich moet bekommeren om het herstel en het onderhoud van ons wegennet.
Engelen van de weg
Touring doorstaat ook WOII, maar beslist de organisatie aan te passen aan de nieuwe tijden. Intussen sluimert het idee om in navolging van de ons omringende landen gemotoriseerde wegpatrouilles te organiseren. Het Internationale Rode Kruis is overigens vragende partij om zo’n vorm van hulpverlening op de weg mogelijk te maken. In 1948 is het zover: Touring Wegenhulp is een feit. De eerste 12 Belgische wegenwachters begeven zich met een zijspan op de weg. Zij worden aanvankelijk de ‘engelen van de weg’ genoemd, en worden opgeleid om mechanische pannes te verhelpen én de eerste zorg toe te dienen aan gewonden. En ze helpen niet alleen gestrande automobilisten; tijdens de winter strooien ze ook zand en as op gladde wegen. Daarnaast zijn ze dé bron bij uitstek voor de weer- en verkeersberichten op de nationale radio. Jawel, Touring Mobilis is een idee van ruim 75 jaar geleden.

De ontwikkelingen volgen elkaar snel op: Touring Wegenhulp biedt vanaf 1950 een verzekering voor dodelijke ongevallen, maar wil tegelijkertijd (vanaf 1953) ook een preventieve rol spelen door de wegcode aan te leren via verkeersscholen. Nog altijd aan het begin van de jaren 50 lanceert Touring zijn eigen reisbureau waar je hotelkamers kan reserveren en niet alleen treintickets kan kopen voor binnen- en buitenland, maar ook tickets voor lucht- en scheepvaartmaatschappijen.
Wereldprimeur in 1958
’58 is een bijzonder jaar, en niet alleen omwille van de wereldexpo in Brussel. Tien jaar na de creatie van Touring Wegenhulp introduceert Touring in 1958 Touring Hulpbetoon (later omgedoopt tot Touring Assistance). Een wetswijziging inzake douanes en accijnzen zorgt er dat jaar voor dat voertuigen probleemloos het land in en uit kunnen rijden. Dat ‘openen van de grenzen’ brengt echter ook risico’s met zich mee, en daarin ziet Touring nieuwe opportuniteiten. Als oplossing voor mogelijke calamiteiten in het buitenland bedenkt Touring het ‘bijstandsboekje’. Dat bestaat uit uitscheurbare bonnen die in het buitenland ingeruild kunnen worden voor specifieke diensten, zoals repatriëring, betaling van douanerechten en juridische en technische bijstand. Later komen daar ook nog bonnen bij voor onder meer luchttransport, medische assistentie en kosten ten behoeve van personen, sleepkosten, de verzending van wisselstukken en zelfs het sturen van een vervangchauffeur. Dat alles wordt in goede banen geleid door de AIT, de wereldfederatie van Touring Clubs en automobilistenverenigingen.
In 1967 begint Touring Wegenhulp met de gedeeltelijke terugbetaling van de pechkosten via een specifieke verzekering voor ‘pechverhelping en sleepdiensten’. Het organiseren van die sleepdiensten wordt een jaar later een pak efficiënter dankzij de landelijke uitrol van een eigen radiodienst. Voortaan kunnen de wegenwachters opgeroepen worden via 12 radiocentrales, terwijl ze voorheen simpelweg de wegen afschuimden om gestrande automobilisten uit de nood te helpen.

Vanaf medio jaren 70 en de decennia daarna wordt steeds duidelijker dat de grote revolutionaire ideeën geponeerd zijn en dat Touring eerder evolueert dan revolutioneert. De krijtlijnen zijn uitgezet en er wordt gefocust op wat binnen dat kader efficiënter en beter kan. Het wagenpark wordt vernieuwd, de communicatiemiddelen worden computergestuurd, cartografie doet zijn intrede enzovoort. Kortom, van 1974 tot het eeuwfeest (1995) is het voor Touring keihard werken om niet alleen de grootste maar vooral ook de machtigste organisatie te blijven die zich ontfermt over het toerisme en de weggebruikers in ons land.
Mobiliteit is een basisrecht
De evolutie dendert intussen onverminderd voort en Touring blijft zich aanpassen aan een continu complexer wordende markt. En niet alleen de markt wordt ingewikkelder, ook mobiliteit en transport zorgen voor nieuwe kansen. Al is er ook een keerzijde aan die medaille: de files worden alsmaar langer en de infrastructuur groeit niet snel genoeg mee. Oplossingen zijn in de maak, maar ze slepen aan omdat ‘procedures’ de besluitvorming fnuiken. En wat doen we aan de luchtvervuiling en het klimaat in het algemeen? Touring probeert in dat kluwen nog altijd de belangen van alle partijen te verdedigen, ook al staan die soms haaks op elkaar. En daarbij verliest de organisatie nooit uit het oog dat mobiliteit voor zoveel mogelijk mensen vrij en betaalbaar moet blijven.
Met regeringen die elkaar snel opvolgen en van kleur en koers veranderen is een aanvaardbaar evenwicht vinden geen sinecure. Moet openbaar vervoer nu duurder, goedkoper of gratis worden? Moet het gebruik van de auto afgeraden worden en zo ja, op wiens kap? Wat doen we met rekeningrijden, wegenvignetten en tolwegen? Is carpoolen nog relevant? Wat zijn de effecten van glijdende werkuren op onze files? Moet telewerken blijvend gestimuleerd worden? Hoe gaan we om met multimodaliteit? Is het invoeren van een slimme kilometerheffing verstandig? Hoe passen we ons aan aan het elektrische tijdperk? Achter de schermen van Touring gonst het van de creatieve energie.
130 jaar aan jouw zijde
Niet alleen onze mobiliteit is een complexe puzzel, ook ons reisgedrag evolueert constant. Touring houdt een vinger aan de pols met zijn ‘Vakantiebarometer’, een jaarlijkse bevraging bij onze landgenoten. De resultaten van die enquête hebben vaak een directe impact op de interne organisatie van Touring. Zo blijkt Frankrijk volgens die barometer al vele jaren de favoriete bestemming van de Belg te zijn. Daarom heeft Touring een aantal jaren geleden beslist om tijdens de zomermaanden Belgische wegenwachters in te zetten in het zuiden van Frankrijk. Maar ook elders staat Touring dag en nacht voor jou klaar, intussen al 130 jaar lang.