Airconditioning in de auto: goed gebruiken, onderhouden en storingen voorkomen

Image
airconditioning: hand die de automatische klimaatregeling op het dashboard van een auto instelt.
Image
airconditioning: hand die de automatische klimaatregeling op het dashboard van een auto instelt.

Airconditioning in de auto: goed gebruiken, onderhouden en storingen voorkomen

​Airconditioning is zowat standaard bij nieuwe auto’s. Ze komt voor in verschillende uitvoeringen: handmatig bediend, volautomatisch of geïntegreerd met een warmtepomp op sommige elektrische voertuigen. Airconditioning verhoogt niet alleen het comfort, maar ook de veiligheid. Wel is het belangrijk te weten hoe ze werkt, hoe je ze efficiënt gebruikt en hoe je de eerste tekenen van een probleem herkent.

Vereenvoudigd schema van een airconditioningsysteem uitgerust met een expansieventiel (gegenereerd door AI).


Hoe werkt airconditioning?

In principe werkt airconditioning in een auto een beetje zoals een koelkast. Ze produceert niet rechtstreeks koude: ze onttrekt de warmte uit het interieur en voert die af naar buiten.

Het systeem werkt in een gesloten circuit dankzij een koelmiddel:

  • De compressor zuigt het koelmiddel in gasvorm aan en comprimeert het. De druk en temperatuur stijgen daarbij sterk.
  • Het gas wordt vervolgens naar de condensor gestuurd, een radiator die zich meestal aan de voorkant van de auto bevindt. Onder invloed van de buitenlucht en een ventilator koelt het koelmiddel af, condenseert het en wordt het vloeibaar.
  • Daarna passeert het koelmiddel door een drogerfilter, dat onder meer vocht en bepaalde onzuiverheden in het circuit tegenhoudt.
  • Vervolgens gaat het door een expansieventiel, dat de druk en temperatuur plots sterk doet dalen.
  • Het nu zeer koude koelmiddel circuleert in de verdamper, die zich achter het dashboard bevindt. De lucht uit het interieur stroomt door deze verdamper voordat ze via de ventilatieroosters naar de passagiers wordt geleid.
  • Door de warmte uit de lucht op te nemen, wordt het koelmiddel opnieuw gasvormig. Daarna keert het terug naar de compressor om een nieuwe cyclus te beginnen.

Bij de meeste oudere of traditionele verbrandingsauto’s wordt de compressor mechanisch aangedreven door de motor, via een riem. Bij veel recentere, hybride of elektrische modellen wordt hij aangedreven door een elektromotor.

Airconditioning is niet alleen nuttig in de zomer. Omdat ze de lucht droogt, helpt ze ook om de ruiten in de herfst of winter veel sneller te ontwasemen. Het is dus ook een veiligheidsvoorziening.

Een jonge vrouw die last heeft van de hitte op de voorstoel van een auto die in de zon geparkeerd staat.


Slechte geuren uit de airconditioning

Een onaangename geur bij het opstarten van de airconditioning is vaak een teken dat het systeem onderhoud nodig heeft.

Het interieurfilter, soms ook pollenfilter genoemd, houdt stof, pollen en verschillende deeltjes tegen die zich in de buitenlucht bevinden. Na verloop van tijd raakt het verstopt en laat het minder lucht door. Afhankelijk van het type filter kan het ook een deel van de geuren en verontreinigende stoffen tegenhouden.

Vervanging moet gebeuren volgens de aanbevelingen van de constructeur, doorgaans tijdens het periodieke onderhoud. Veelvuldig gebruik in de stad, in een stoffige omgeving of onder bomen kan de vervuiling wel versnellen.

Slechte geuren komen niet altijd van het filter. Omdat de verdamper koud en vochtig is wanneer de airconditioning werkt, kunnen bacteriën, schimmels en andere micro-organismen zich op het oppervlak of in de ventilatiekanalen ontwikkelen.

Dat kan een muffe geur veroorzaken, maar ook de ogen of luchtwegen van gevoelige personen irriteren. De airconditioning veroorzaakt niet rechtstreeks een verkoudheid, die wordt veroorzaakt door een virus. Wel kan te koude, te droge lucht of lucht die rechtstreeks in het gezicht wordt geblazen ongemak, irritatie of spierspanning veroorzaken.

Bij een hardnekkige geur volstaat het vervangen van het filter dus niet altijd. Een reiniging of ontsmetting van de verdamper en het ventilatiecircuit kan dan nodig zijn.


De meest voorkomende storingen

Een airconditioning die niet meer voldoende koelt, heeft niet noodzakelijk alleen een bijvulling nodig. Een verlies aan efficiëntie kan wijzen op een lek of een defect onderdeel.

De meest voorkomende problemen zijn:

  • Een lek van koelmiddel ter hoogte van een pakking, leiding, condensor of een ander onderdeel van het circuit.
  • De condensor kan ook beschadigd zijn door opspattende steentjes, corrosie of een aanrijding aan de voorkant van het voertuig.
  • De compressor kan versleten of defect zijn.
  • Bij voertuigen waarvan de compressor mechanisch wordt aangedreven, kan de aandrijfriem slap staan of gebroken zijn.
  • Een sterk vervuild interieurfilter kan de luchtstroom verminderen.
  • Het probleem kan ook te wijten zijn aan een defecte interieurventilator of koelventilator.
  • Een elektrisch of elektronisch defect kan eveneens de oorzaak zijn: zekering, relais, druksensor, temperatuursensor of regelmodule.
  • Tot slot kan een expansieventiel of drogerfilter verstopt zijn.

Een plas helder water onder de auto na gebruik van de airconditioning is doorgaans niet verontrustend. Het gaat om het vocht in de lucht van het interieur, dat op de verdamper is gecondenseerd en vervolgens onder het voertuig is afgevoerd.

Als het water daarentegen in het interieur terechtkomt, vooral aan de passagierszijde, kan de afvoerleiding verstopt of losgeraakt zijn.

Hand die de automatische airconditioning op het dashboard van een auto instelt.
De airconditioning verbetert het comfort en de zichtbaarheid in elk seizoen.


De oplossingen

Wanneer een airconditioningsysteem niet meer goed koelt, is het beter om de installatie te laten controleren dan meteen een bijvulling te laten uitvoeren.

Een airconditioningsysteem werkt in een gesloten circuit. Een groot verlies aan vloeistof wijst dus meestal op de aanwezigheid van een lek, ook al kan er door de jaren heen van nature een kleine hoeveelheid ontsnappen. Het systeem bijvullen zonder de oorzaak van het probleem op te sporen, zorgt waarschijnlijk slechts voor een tijdelijke verbetering.

De professional kan:

  • De druk van het circuit controleren.
  • De temperatuur van de uitgeblazen lucht controleren.
  • Op zoek gaan naar een eventuele lekkage.
  • De resterende vloeistof terugwinnen en wegen.
  • Het circuit vacuüm trekken.
  • De drogerfilter of andere onderdelen vervangen indien nodig.
  • Ten slotte kan hij de exacte hoeveelheid vloeistof en olie injecteren die door de constructeur is voorzien.

De prijs van de ingreep varieert sterk naargelang het defect, het voertuig en het type gebruikte vloeistof. Oudere auto’s werken vaak met R134a, terwijl de meeste nieuwere modellen R1234yf gebruiken, dat doorgaans duurder is. Sommige elektrische of recente voertuigen maken nog gebruik van andere technische oplossingen.

Koelvloeistoffen mogen niet in de atmosfeer worden vrijgelaten. Het terugwinnen en hanteren ervan moet worden toevertrouwd aan professionals die beschikken over de nodige apparatuur en kwalificaties.

Een autotechnicus die een airconditioningsysteem controleert met behulp van rode en blauwe manometers.
Voor elke bijvulling moet een professional de circuitdruk controleren en op eventuele lekkage zoeken.

Het is niet noodzakelijk om de airconditioning systematisch op vaste tijdstippen te laten bijvullen als ze goed werkt en de fabrikant dit niet voorschrijft. Een merkbare prestatievermindering, ongebruikelijke geluiden, geuren of een te zwakke luchtstroom moeten daarentegen aanleiding geven tot een controle.

Bij oudere voertuigen met manuele airconditioning blijft het raadzaam om die regelmatig te laten werken, ook in de winter. Zo kan de vloeistof en olie door het systeem circuleren en helpen de dichtingen en de compressor te behouden. Bij auto’s met automatische airconditioning wordt de regeling vaak rechtstreeks door het voertuig uitgevoerd.


Airconditioning en verbruik

Airconditioning heeft energie nodig om te werken. In een auto met verbrandingsmotor verhoogt ze dus het brandstofverbruik. De impact varieert naargelang de buitentemperatuur, de grootte van het interieur, de gekozen instelling, de snelheid en de technologie van het systeem.

Het extra verbruik is doorgaans groter in de eerste minuten, wanneer het interieur erg warm is en de airconditioning op volle kracht werkt. Zodra de temperatuur stabiel is, neemt de vereiste inspanning af.

In een elektrische auto verbruikt de airconditioning geen brandstof, maar ze haalt energie uit de batterij en verkleint dus de actieradius. Het effect blijft doorgaans minder groot dan dat van de verwarming in de winter, vooral wanneer het voertuig is uitgerust met een warmtepomp.

Rijden met open ramen is niet altijd zuiniger. In de stad of bij lage snelheid helpt het om de ramen enkele minuten te openen om de hete lucht snel af te voeren, zonder meteen een beroep te doen op de airconditioning.

Bij hoge snelheid verstoren open ramen daarentegen de aerodynamica van het voertuig en verhogen ze het verbruik. Op de snelweg is het doorgaans efficiënter om de ramen te sluiten en de airconditioning spaarzaam te gebruiken.

Een bestuurder die tijdens een autorit de airconditioning instelt, met een passagier naast zich.
Bij lage snelheid kan het openen van de ramen voldoende zijn; op de snelweg is de airconditioning doorgaans efficiënter.


Enkele gebruikstips voor airconditioning

  • Wanneer de auto in de zon heeft gestaan, open dan eerst enkele ogenblikken de portieren of ramen om de warmste lucht te laten ontsnappen.
  • Rijd tijdens de eerste minuten, indien mogelijk, met de ramen op een kier. Sluit ze daarna en zet de airconditioning aan.
  • Gebruik tijdelijk de luchtcirculatiestand. Omdat het systeem de lucht in het interieur opnieuw afkoelt, daalt de temperatuur sneller en hoeft de airconditioning minder hard te werken.
  • Laat de recirculatiestand niet permanent ingeschakeld. De lucht moet regelmatig worden ververst om de ophoping van vocht, kooldioxide en onaangename geuren te beperken. Moderne automatische systemen doen dit vaak zelf.
  • Stel de airconditioning niet meteen in op de laagste temperatuur. Een temperatuur tussen 22 en 25 °C biedt doorgaans een goed evenwicht tussen comfort en verbruik.
  • Vermijd een te groot verschil tussen de binnen- en buitentemperatuur. Het is echter niet nodig om een strikte regel toe te passen wanneer de buitentemperatuur ruim boven 30 °C ligt. Het belangrijkste is om het interieur geleidelijk af te koelen zonder een ijzige omgeving te creëren.
  • Richt de ventilatieroosters niet rechtstreeks op het gezicht, de ogen of de nek. Richt ze liever naar de bovenkant van het interieur, de voorruit of de zijkanten om de koele lucht beter te verdelen.
De ventilatieroosters van een auto schoonmaken met een klein borsteltje.
De airco kan een broeihaard van stof zijn! Gebruik een stofzuiger en een kwast (voor de moeilijk bereikbare plaatsen).


Denk ook hier aan bij gebruik van je airco

  • Bij zeer vochtig weer gebruik je de airconditioning met de ventilatie gericht op de voorruit om het ontwasemen te versnellen.
  • In een oude auto of een auto met handmatige airconditioning kan je de compressor enkele minuten voor aankomst uitschakelen, terwijl je de ventilatie laat werken. Zo help je de verdamper drogen en kan je de vorming van onaangename geuren beperken.
  • Controleer regelmatig de staat van het interieurfilter en respecteer de onderhoudsintervallen die de fabrikant voorschrijft.
  • Parkeer indien mogelijk in de schaduw en gebruik een zonnescherm. De temperatuur in het interieur zal minder hoog oplopen.
  • Laat nooit een kind, een kwetsbaar persoon of een dier alleen achter in een geparkeerde auto, ook niet voor enkele minuten en zelfs niet als het voertuig in de schaduw staat.

Als je auto geen airconditioning heeft, parkeer dan in de schaduw, gebruik zonneschermen en ventileer je voertuig voor vertrek. Maak je verplaatsingen op de minst warme uren. Tijdens het rijden blijven open ramen doeltreffend bij lage snelheid, maar op de snelweg veroorzaken ze lawaai en verslechteren ze de aerodynamica.