Image
Veilig terug naar school
26 augustus 2016
Tips en advies voor een veilige start van een nieuw schooljaar.

Het schooljaar is weer begonnen en dat betekent ook ochtendspits aan de schoolpoort. In een poging hun auto zo dicht mogelijk bij te school te zetten, lappen gehaaste ouders vaak de verkeersregels aan hun laars. In plaats van een eindje verderop een parkeerplaats te zoeken, zetten ze zich op de stoep, op het zebrapad, op het fietspad, op de bushalte of ze parkeren gewoon dubbel. Dit gedrag leidt niet alleen tot wrevel bij ouders die te voet of met de fiets hun kroost afzetten, het brengt ook hun eigen en andere kinderen in gevaar.

Vervoer van en naar school

Volgens het Steunpunt Verkeersveiligheid wordt in de leeftijdsgroep van 6 tot 12-jarigen bijna 40 % met de auto naar school gebracht. Iets meer dan de helft  (54%) doet in deze leeftijdscategorie de woon-schoolverplaatsingen te voet of met de fiets. Kinderen die iets ouder zijn, verplaatsen zich vaker met de fiets naar school: iets meer dan de helft van de 12 tot 15-jarigen gebruikt hiervoor de fiets. Het aandeel verplaatsingen te voet is kleiner, waarschijnlijk wegens de grotere afstand die men aflegt naar het secundair onderwijs. Het aandeel verplaatsingen met het openbaar vervoer is in deze leeftijdscategorie dan weer hoger.

Toch met de wagen naar school?

Klik je kinderen altijd goed vast in de auto. Als je botst of zelfs nog maar bruusk stopt, kan je onmogelijk je kind bijvoorbeeld met je arm tegenhouden: bij een aanrijding tegen 50 km per uur wordt het gewicht van de kleine met een factor 30 vermenigvuldigd. Een kind van 15 kg weegt dan dus bijna 500 kg. Klik je kinderen altijd vast in een goedgekeurd beveiligingssysteem.

Mogen kinderen vooraan zitten?

Kinderen mogen, ongeacht hun leeftijd, voorin op de passagiersstoel zitten, op voorwaarde dat ze worden vastgemaakt zoals de wet het voorschrijft. De enige beperking: het is verboden een kind in een autozitje tegen de rijrichting in (naar achteren gericht) te zetten op een plaats die uitgerust is met een frontale airbag, tenzij deze uitgeschakeld is.

… meer nuttige tips

  1. Laat je kinderen zoveel mogelijk aan de kant van de school, op de stoep in- en uitstappen. Zorg voor zo weinig mogelijk hinder voor andere weggebruikers. Parkeer niet aan een bushalte of op een zebrapad.
  2. De reacties van kinderen zijn onvoorspelbaar. Ze kunnen plots tussen geparkeerde wagens de straat overlopen. Wees daarom extra alert in de buurt van een school en pas je snelheid aan. Respecteer de zone 30 in een schoolomgeving.
  3. Misschien kan je met ouders in je buurt aan carpooling doen. Hoe meer kinderen in één auto, hoe minder verkeer.
  4. Geef het goede voorbeeld en doe zelf altijd de veiligheidsgordel om. Zorg ervoor dat vastklikken een gewoonte wordt, zodat je er ook op kan rekenen dat je kind zich spontaan vastklikt als het met anderen meerijdt. Je kan moeilijk je kinderen verplichten zich vast te klikken als je dat zelf niet doet. Gebruik altijd het kinderslot. Zo vermijd je dat kinderen onverwachts het portier openen.

Info: www.vias.be

Te voet naar school

  1. Kies voor de veiligste route. Zoek een schoolroute met begaanbare en brede stoepen of bermen en liefst met beschermde oversteekplaatsen. Oefen de route vooraf met je kind in en wijs op gevaarlijke verkeerssituaties.
  2. Jonge kinderen zijn sneller verrast door verkeer dat van links of rechts komt. Leer je kind naar alle kanten te kijken bij het oversteken en benadruk dat je nooit mag hollen bij het oversteken. Leg uit dat trams altijd voorrang hebben.
  3. Kinderen leren veel door het gedrag van volwassenen na te bootsen. Geef daarom zelf altijd het goede voorbeeld door over te steken op het zebrapad en te wachten tot ‘het mannetje’ op groen staat.
  4. Leer het kind altijd aan de kant van de huizen te lopen en op te letten voor wagens die achterwaarts uit een garage kunnen komen.
  5. Leer je kind dat zien niet gelijk is aan gezien worden. Het is niet omdat je kind zelf een auto ziet, dat die bestuurder je kind ook gezien heeft. Zorg dat je kind in het donker goed zichtbaar is door lichtgekleurde kleding en speelse, reflecterende gadgets.

Met de fiets naar school

  1. Verken de schoolroute samen met je kind en oefen de route vooraf goed in. Kies een route met veilige fietspaden, als die er zijn. Ga na of ze ook bij slecht weer berijdbaar zijn.
  2. Herfst en winter staan in België gelijk aan donkere dagen, met vaak grillig, regenachtig weer. Zorg ervoor dat je kinderen ook bij slecht weer goed zichtbaar zijn in het verkeer.
  3. Let erop dat je kind zijn schooltas op een veilige manier vervoert, bijvoorbeeld op de rug of met snelbinders op de bagagedrager.
  4. Wie een degelijke fietshelm met keurmerk draagt, vermindert bij een val of ongeval de kans op hersenletsel met maar liefst 85 procent. Fietshelmen in een heldere kleur met reflecterende strips zorgen er ook voor dat automobilisten je beter opmerken.
  5. Koop een stevige kinderfiets van goede kwaliteit. Controleer regelmatig of remmen, banden en lichten nog werken.

Autobestuurders, opgelet!

  1. Weet dat jonge kinderen snelheid en remafstand nog niet goed kunnen inschatten.
  2. Kinderen zijn impulsief en hun reacties zijn onvoorspelbaar. Ze rennen soms onverwachts de straat op, vertraag meteen wanneer je een kind langs de weg opmerkt.
  3. Respecteer de zone 30. Hou je voet boven de rem telkens je in de buurt van een school komt. Soms moet je snel kunnen stoppen.
  4. Je mag een fietser pas voorbij rijden als je een meter afstand kan houden, zo geef je de fietser ruimte om uit wijken. Kinderen kunnen nogal schrikken als een wagen hen passeert. Hou dus liever wat meer afstand, want er is altijd het risico dat een kind onverwacht uitwijkt.
  5. Parkeer niet dubbel, sta niet stil op vluchtheuvels, fietspaden of voetpaden. Ook niet ‘voor eventjes’. Foutparkeerders zorgen voor zeer gevaarlijke situaties aan scholen.
  6. Hou de zebrapaden vrij en parkeer op meer dan vijf meter van zebrapaden.
  7. Respecteer alle verkeersregels. Kinderen kunnen moeilijk overweg met onverhoeds en foutief gedrag van volwassenen.
  8. Let goed op en kijk in je spiegels voor je uit de auto stapt. Wie zijn auto verlaat moet voorrang geven aan fietsers en auto’s op de rijbaan. Let ook op de kant van het fietspad, als iemand daar uitstapt.
  9. Sla je af aan een kruispunt, vergeet dan niet dat fietsers die rechtdoor rijden voorrang hebben. Hetzelfde geldt voor voetgangers die de straat oversteken.
  10. Vermijd om een bus of tram aan de halte voorbij te rijden. Kinderen kunnen immers net voor de bus of tram de straat oversteken en plots voor je auto opduiken. 
Deel deze inhoud