Je hoeft geen Siberische temperaturen af te wachten om last te krijgen van de winter. Een paar koude nachten volstaan om een zwakke autobatterij, versleten ruitenwissers of een vergeten reservoir met zomersproeiervloeistof bloot te leggen. Met deze zeven controles maak je je auto klaar voor de Belgische winter.
1. De autobatterij
De autobatterij is een klassieker onder de winterpannes. Bij lage temperaturen kan ze minder vermogen leveren, terwijl een koude motor juist meer energie vraagt om te starten. Touring helpt op jaarbasis meer dan 90.000 keer autobestuurders met een batterijpanne, de meeste tijdens de winter.
Draait de startmotor trager dan vroeger? Dimt de verlichting sterk tijdens het starten? Laat de batterij dan controleren vóór de eerste echte vriesnacht.
Wie vooral korte ritten maakt, loopt meer risico. Zeker ’s winters, wanneer verlichting, ventilatie, achterruitverwarming en stoelverwarming tegelijk energie verbruiken.
Meer weten over de toestand van je batterij en hoe je startproblemen kunt voorkomen? Dit artikel brengt soelaas.

2. Controleer de koelvloeistof
Koelvloeistof voorkomt niet alleen dat de motor oververhit raakt. Ze beschermt het koelsysteem ook tegen vorst en corrosie. Controleer daarom zowel het niveau als de vorstbescherming.
Maar voorzichtigheid is geboden, waarschuwt Pieter Musiaux, technical consultant bij Touring: “Gebruik alleen koelvloeistof die voldoet aan de specificaties van de constructeur. Vertrouw niet alleen op de kleur van het product: twee koelmiddelen met dezelfde kleur zijn niet noodzakelijk onderling mengbaar. Lees dus aandachtig de bijsluiter. Universele koelvloeistoffen zijn overigens een tijdelijke oplossing; je rijdt dus na het bijvullen best naar je garage.”
Goed om weten: bij elektrische auto’s en (plug-in) hybrides is de toevoer om bij te vullen vaak verzegeld. Bij problemen neem je sowieso beter contact op met onze wegenwachters of ga je naar je garagist.
Moet je geregeld koelvloeistof bijvullen? Laat het koelsysteem dan controleren. Koelvloeistof hoort niet zomaar te verdwijnen.
3. Vergeet je ruitensproeiervloeistof niet
Met een bevroren sproeierreservoir of dichtgevroren leidingen heb je weinig aan perfect werkende ruitenwissers. Schakel daarom tijdig over op wintersproeiervloeistof. Op de verpakking staat tot welke temperatuur het product bescherming biedt.
Zit het reservoir nog bijna vol met zomervloeistof? Hou er dan rekening mee dat bijvullen met winterproduct de uiteindelijke vorstbescherming verdunt. In dat geval kan je het reservoir beter zo ver mogelijk leegmaken. Dat lukt doorgaans wel met een spuit waarmee je de zomervloeistof optrekt en overhevelt naar een lege fles die je bewaart voor de volgende zomer. Het reservoir hoeft niet tot de laatste druppel leeg te zijn.
Als er pakweg nog 1/5de over is, kan je gerust wintervloeistof bijvullen en daarna enkele keren sproeien, zodat ook de leidingen en sproeikoppen gevuld worden met wintervloeistof. Dat laatste wordt vaak vergeten en is juist belangrijk vóór de eerste vorst.

Controleer ook de wisserbladen. Rubbers die strepen trekken, lawaai maken of scheurtjes vertonen, zijn aan vervanging toe.
Opgelet: zet ruitenwissers nooit aan wanneer ze putje winter aan de voorruit vastgevroren zijn.
4. Bekijk banden en bandenspanning
Het Belgische wettelijke minimum voor de profieldiepte van personenwagenbanden bedraagt 1,6 mm. Dat betekent niet dat je banden pas aandacht verdienen wanneer ze die grens bereiken.
Minder profiel betekent minder reserve om water, smeltwater of sneeuw af te voeren.
Pieter Musiaux: “Controleer tegelijk de bandenspanning. Koude lucht zorgt ervoor dat de druk in een band daalt. Meet de druk daarom altijd bij koude banden en breng ze indien nodig opnieuw op de waarde die de constructeur voorschrijft. Die waardes vind je meestal in de deurstijl, tankklep of handleiding.”

5. Maak van zien en gezien worden een gewoonte
Vaak wordt de verlichting van auto’s slechts één keer per (twee) jaar gecontroleerd: tijdens de technische keuring. Dat is zonde. Zeker in de donkere wintermaanden controleer je de verlichting best op regelmatige tijdstippen, eventueel met behulp van een tweede persoon die rond je wagen loopt en het volgende controleert:
- dim- en grootlichten;
- achterlichten;
- remlichten;
- richtingaanwijzers;
- dagrijlichten;
- nummerplaatverlichting;
- aanwezige mistverlichting.

Hou de verlichtingselementen ook proper. Een vuile koplamp valt in de zomer nauwelijks op. Tijdens een donkere, natte winter des te meer. Maak lampen daarom geregeld schoon. Pekel en opspattend vuil vormen snel een matte laag.
Verwijder bij sneeuw bovendien niet alleen ijs van de voorruit. Maak ook zijruiten, spiegels, verlichting, motorkap en dak voldoende vrij. Een plak sneeuw die onderweg van het dak schuift, is ook voor andere weggebruikers geen cadeau.
6. Bescherm rubbers tegen vastvriezen
Vocht tussen deurrubbers en de carrosserie kan ’s nachts vastvriezen. Wie ’s morgens hard aan de deur trekt, kan het rubber beschadigen.
Hou rubbers schoon en droog en behandel ze eventueel met een geschikt rubberonderhoudsproduct. En daarmee bedoelen we niet de alles-in-een oplossingen als WD-40 Multi-use, maar een siliconenspray die specifiek geschikt is voor rubber.
Heeft je auto nog een mechanisch slot? Bewaar slotontdooier thuis, in je tas of in je jas. Niet alleen in de auto.
Opgelet: kokend water is nooit een goed idee, niet op het slot en evenmin op een bevroren ruit.
7. Leg een kleine winterkit klaar
Voor dagelijkse verplaatsingen in België hoeft dat geen halve survivaluitrusting te zijn.
Handig zijn:
- een stevige ijskrabber;
- handschoenen;
- een zaklamp;
- een deken of warme jas;
- een laadkabel of powerbank voor je smartphone.

Ga je tijdens de winter naar de Ardennen of naar de bergen, dan kan extra materiaal nodig zijn, zoals sneeuwkettingen of sneeuwsokken. Controleer voor een buitenlandse winterrit altijd de regels van de landen waar je doorheen rijdt.
Veelgestelde vragen over rijden tijdens de winter
Moet de brandstoftank in de winter altijd vol zijn?
Het oude advies om de tank tegen condensvorming permanent zo vol mogelijk te houden, is bij moderne auto’s minder belangrijk dan vroeger.
Pieter Musiaux: “Toch is voldoende reserve verstandig. Winterweer kan onverwachte files, omleidingen of uren stilstand veroorzaken. Bij een diesel die naar zeer koude regio’s rijdt, is vooral belangrijk dat de brandstof geschikt is voor de temperaturen onderweg. Ook met een elektrische auto vertrek je bij slecht winterweer beter met wat extra energiereserve. Wat ik zelf doe? Als het peil onder 1/4de zakt, tank ik bij.”
Is een bodemwas zinnig tegen strooizout?
Zout, vocht en vuil kunnen roestvorming bevorderen, zeker waar beschermlagen beschadigd zijn.
Regelmatig wassen helpt om zoutafzettingen te verwijderen. Een uitgebreide bodemwas bij elke wasbeurt is echter niet noodzakelijk. Belangrijker is dat je wielkasten en onderzijde af en toe controleert en beschadigde coatings of beginnende corrosie tijdig laat aanpakken. Aan het einde van een winterseizoen is het wel zinvol om een onderbodemwas te plannen.

Kan een handrem vastvriezen?
Dat kan wanneer natte remdelen bij strenge vorst tijdens de winter bevriezen. Maar de constructie verschilt sterk per auto. Bij veel moderne voertuigen wordt de elektronische parkeerrem bovendien automatisch geactiveerd.
Volg daarom de instructies in de handleiding als extreme vorst wordt voorspeld. Belangrijk: laat een geparkeerde auto nooit onbeveiligd tegen wegrollen achter.
Mag warm water op een bevroren voorruit?
Liever niet.
Pieter Musiaux: “Een grote temperatuursprong veroorzaakt spanning in het glas. Zeker bij een voorruit waarin al een steenslag of kleine barst zit, kan dat slecht aflopen. Gebruik de ontwaseming of voorruitverwarming van de auto, een ijskrabber en eventueel een geschikt ontdooimiddel. Maar bewaar dat middel thuis, binnen. We merken namelijk vaak dat onze klanten dat middel in de auto bewaren …”