Verkeersregels voor fietsers

Verkeersregels voor fietsers

Door Karel Van Coillie

Fietsers zijn bestuurders en moeten dezelfde regels naleven als de bestuurders van andere voertuigen. Verspreid in het verkeersreglement vindt men nochtans een reeks bepalingen die specifiek op de fietsers van toepassing zijn. Een overzicht.

Inhoud

Voor wie gelden de fietsregels?

Wie met een elektrische fiets rijdt(1), of met een tweewielig gemotoriseerd rijwiel (2), moet de fietsregels naleven. Hetzelfde geldt voor wie sneller dan stapvoets rijdt met een voortbewegingstoestel(3) Maar wie met een Speed pedelec rijdt(4) moet de regels volgen die gelden voor bestuurders van bromfietsen.  

Waar moeten fietsers rijden?

Is er een fietspad, dan moeten fietsers daar op rijden, tenminste indien het berijdbaar is.
Is het fietspad op de grond aangeduid met twee witte evenwijdige onderbroken strepen, dan mogen fietsers er alleen op rijden indien het rechts in hun rijrichting ligt.

Fietspad

Is het fietspad aangeduid met verkeersborden D7 of D9, dan moet er op gereden worden in de richting van waaruit die signalisatie zichtbaar is. Een links gelegen fietspad mag dus alleen gebruikt worden indien het in die rijrichting gesignaleerd is met een bordje D7 of D9. In dat geval gaat het meestal om een tweerichtingsfietspad, waarbij het bord D7 zo geplaatst is dat het in de 2 rijrichtingen zichtbaar is.

 

Bestuurders die uit een zijstraat komen moeten er dan aan denken dat er ook fietsers van links kunnen opdagen op het fietspad.

D7 : Verplicht fietspad

D9 : Deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, van fietsen en van tweewielige bromfietsen klasse A

 

Uitzondering :

Wanneer het fietspad links in hun rijrichting ligt dan moeten fietsers dit niet volgen ‘indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen’. Wanneer je b.v. uit een zijstraat komt gefietst en de eerstvolgende zijstraat weer in wil fietsen, dan ben je niet verplicht de drukke rijbaan tweemaal over te steken om uiteindelijk een paar honderd meter te overbruggen.

 

De schets maakt het duidelijker:

 

 

Opgelet: deze uitzondering geldt enkel als je fietst in wijzerzin ! van A naar B. Moet je van B naar A, dan ben je wel verplicht over te steken en op het fietspad te rijden, want je mag natuurlijk niet links op de rijbaan rijden.

 

Is er geen fietspad, dan mogen fietsers op de gelijkgrondse bermen en op de parkeerstroken rijden, of op de rijbaan. Ze mogen ook op de bijzondere overrijdbare bedding of in de busstrook rijden indien het symbool van een fiets op het betrokken verkeersbord afgebeeld staat.

F18 : Aanwijzing van een bijzondere overrijdbare bedding, voorbehouden aan het verkeer van voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer

F17 : Aanduiding van de rijstroken van een rijbaan met een strook voorbehouden voor autobussen

 

Op het trottoir rijden

In bepaalde gevallen mogen de fietsers ook op de verhoogde bermen en zelfs op het trottoir rijden. Kinderen van minder dan 9 jaar mogen altijd op het trottoir rijden met een kleine kinderfiets (wieldiameter van maximum 50 cm, banden niet inbegrepen).

 

Andere fietsers mogen enkel op het trottoir rijden indien tegelijkertijd aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • Er is geen fietspad voorhanden of het is niet berijdbaar
  • De weg ligt niet in een bebouwde kom
  • De fietser moet rechts in de gevolgde rijrichting rijden (dus niet op het links gelegen trottoir)
  • De fietser moet voorrang verlenen aan de andere gebruikers van het trottoir.

Naast elkaar rijden

Fietsers mogen met maximum 2 naast elkaar op de rijbaan rijden, uiteraard op voorwaarde dat er geen fietspad is. Zij zijn evenwel verplicht in één enkele file te rijden “wanneer het kruisen niet mogelijk is”, d.w.z. wanneer een tegenligger erdoor zou verhinderd worden door te rijden.

 

De fietsers moeten ook achter elkaar gaan rijden “bij het naderen van een achteropkomend voertuig”, maar die verplichting is enkel van toepassing buiten de bebouwde kom.

Verboden richting

In de verboden richting rijden is alleen toegelaten indien onder het bord C1 (verboden richting voor iedere bestuurder) een bijkomend wit bord is aangebracht, waarop een fiets afgebeeld staat. Staat dit bordje er niet, dan is het absoluut verboden tegen de rijrichting in te rijden. Dit toch doen is een overtreding van de derde graad, waarvoor een onmiddellijke boete van 165 Euro is voorzien. Bovendien kan de fietser dan niet de voorrang van rechts inroepen als hij van uit een verboden richting een kruispunt oprijdt.

C1 : Verboden richting voor ieder bestuurder

M2

M3

M11

M11

M12

M12

 

Zo'n bordje M2, M3, M11 of M12 mag ook geplaatst worden onder een teken C3, C31 of D1, om aan te duiden dat het verbod of gebod niet geldt voor fietsers.

C3 : Verboden toegang, in beide richtingen, voor ieder bestuurder

C31 : Verbod aan het volgend kruispunt af te slaan in de richting door de pijl aangegeven

D1 : Verplichting de door de pijl aangeduide richting te volgen

Voorrang

Voor fietsers gelden in principe dezelfde voorrangsregels als voor andere bestuurders : ze moeten voorrang geven aan wie van rechts komt, ze moeten aan iedereen voorrang verlenen wanneer ze een manoeuvre uitvoeren (b.v. van rijstrook veranderen of rechtsomkeer maken), ze moeten de stopborden respecteren evenals omgekeerde driehoeken (verplichting voorrang te verlenen), enz.

 

Voor de fietsers zijn er wel twee belangrijke uitzonderingen op die voorrangsplicht:

  • Wanneer een fietser aan het einde van een fietspad de rijbaan oprijdt om rechtdoor te rijden, dan wordt dit niet als een manoeuvre beschouwd. De fietser heeft dan voorrang (van rechts) ten opzichte van de achteropkomende bestuurders op de rijbaan.
    Maar wanneer het fietspad doorloopt en een fietser het fietspad verlaat om van richting te veranderen, om in te halen of om langsheen een hindernis te rijden, dan moet hij wel voorrang geven aan de bestuurders op de rijbaan.
  • Een fietser die op het fietspad rijdt heeft voorrang op de bestuurders die dit fietspad oversteken. Buiten de kruispunten wordt die regel zonder problemen toegepast, maar op kruispunten zorgt hij vooral voor verwarring, misverstanden, … en daardoor ook voor gevaarlijke situaties.

 

Of die regel al dan niet van toepassing is, hangt immers in belangrijke mate af van de wijze waarop het fietspad is aangeduid en of het al dan niet doorloopt op het kruispunt zelf.

Rijden door rood

Wanneer bij de driekleurige verkeerslichten een teken B22 of B23 is geplaatst, mogen fietsers door het rode of oranje licht rijden om naar rechts af te draaien (B22) of om rechtdoor te rijden (B23). In beide gevallen moet wel voorrang verleend worden aan de andere weggebruikers.

B22

B23

Oversteken op het zebrapad

Om de rijbaan over te steken moeten de fietsers gebruik maken van de oversteekplaats voor fietsers, indien er een is.

Oversteken op het zebrapad

Op plaatsen waar geen oversteekplaats voor fietsers is voorzien gebruiken fietsers vaak het zebrapad om over te steken. Wanneer ze daarbij van hun fiets stappen en te voet over te steken, worden ze als voetganger beschouwd en hebben ze dus voorrang op de voertuigen die het zebrapad naderen.

 

Maar dat is niet zo wanneer fietsers al rijdend oversteken. Weliswaar bevat het verkeersreglement geen bepaling die dat verbiedt, maar het is duidelijk dat fietsers er dan wel voor moeten zorgen de voetgangers bij het oversteken niet te hinderen. Bovendien hebben zij dan, in tegenstelling tot de voetgangers, geen voorrang op het naderende verkeer.

Richtingsverandering

Voor fietsers gelden dezelfde regels als voor de andere bestuurders. Vooraf moet ook een teken met de arm gegeven worden, behalve wanneer dit niet mogelijk is. Op een kasseiweg b.v. kan het te riskant zijn met één hand te sturen en af te draaien.


Op wegen met druk verkeer of waar snel gereden wordt, of op een uitgestrekt kruispunt, kan het een hachelijke onderneming zijn om op de gewone manier voor te sorteren en naar links af te draaien. In dat geval is het doorgaans veiliger rechts op de weg te blijven tot aan de overkant van het kruispunt en pas daar de rijbaan over te steken. Vooraleer over te steken moet je dan wel voorrang verlenen aan de anderen.

 

Is er een oversteekplaats voor fietsers ingericht, dan moet je daar gebruik van maken.

Inhalen

De gewone regels gelden. Rechts inhalen mag alleen wanneer de bestuurder die je wil inhalen zijn linker richtingaanwijzers heeft doen werken om aan te duiden dat hij naar links wil afslaan en bovendien al naar links is uitgeweken.


Het is niet duidelijk of het wel toegelaten is rechts langsheen een file stilstaande voertuigen te rijden. wees in elk geval voorzichtigt : laat je niet verrassen door een plots openzwaaiend portier of door een chauffeur die plots vertrekt en naar rechts uitwijkt.

Parkeren

Een niet-bereden fiets is geen voertuig, en de gewone regels inzake stilstaan en parkeren zijn er dus niet op van toepassing. Fietsen mogen niet op de rijbaan opgesteld worden en evenmin in de parkeerzone afgebakend met een brede witte streep langsheen de rijbaan (behalve op plaatsen aangeduid met een bord E9a + onderbord M1, M8 of M20). Elders mag het wel, b.v. op het trottoir, op de berm, ... op voorwaarde dat de andere weggebruikers er niet door gehinderd worden.

E9a

M1

M8

M20

M20

Lading en passagiers

Alles wat je met de fiets vervoert moet zodanig op de bagagedrager vastgemaakt zijn dat het onderweg niet los kan komen en evenmin de stabiliteit van de fiets in het gedrang kan brengen.
De lading mag niet meer dan 50 cm voorbij het achtereinde van de fiets of van zijn aanhangwagen uitsteken.


De fiets en zijn aanhangwagen mogen, lading inbegrepen, niet breder zijn dan 1 meter. De fiets zelf mag niet breder zijn dan 75 cm.
 

Een passagier meenemen op je fiets mag alleen indien daarvoor een zitplaats (met voetsteunen) is ingericht. De amazonezit is verboden.
In de aanhangwagen van een fiets mogen tot maximum 2 passagiers vervoerd worden op voorwaarde dat er beveiligde zitplaatsen zijn ingericht met een afdoende bescherming van handen, voeten en rug.


De aanhangwagen mag, lading en passagiers inbegrepen, niet meer dan 80 kg wegen. Een hoger gewicht is wel toegelaten indien de aanhangwagen beschikt over een remsysteem dat automatisch in werking treedt wanneer de fietser remt.

Allerlei bepalingen

  • Met de fiets mag je natuurlijk niet op autosnelwegen, maar ook niet op autowegen (bord F9).

F9 

 

 

 

 

  • Een weg of weggedeelte kan voorbehouden worden voor fietsers en/of voetgangers, ruiters, bestuurders van speed pedelecs en/of landbouwvoertuigen. Het begin en het einde ervan worden aangeduid met een blauw verkeersbord met daarop de symbolen van de voertuigen die er gebruik van mogen maken. 

F99c   F99c

F101c F101c

 

Toch zijn daar onder bepaalde voorwaarden ook andere voertuigen toegelaten (zoals prioritaire voertuigen, voertuigen voor afvalophaling, voertuigen die zich van of naar een aanliggend perceel begeven, …).

 

  • In een fietsstraat (bord F111) zijn motorvoertuigen toegelaten, maar ze mogen er de fietsers niet inhalen en de snelheid is er beperkt tot 30 km/u. Fietsers mogen er de ganse breedte van de rijbaan gebruiken indien er eenrichtingsverkeer geldt, en de rechterhelft van de breedte van de rijbaan indien er verkeer in beide richtingen is toegelaten.

F111

  • Een doodlopende weg die voor fietsers (en voetgangers) wel een uitweg biedt, kan aangeduid worden met een bord F45b.

F45b

  • Een weg die verboden is voor voertuigen, "uitgezonderd plaatselijk verkeer", mag onbeperkt gebruikt worden door fietsers.
  • Aan sommige kruispunten met verkeerslichten is een opstelvak geschilderd voor fietsers (en bestuurders van tweewielige bromfietsen). Wanneer het licht op rood staat mogen fietsers zich daar vóór de andere voertuigen opstellen. Zo zijn ze beter zichtbaar en kunnen ze bij groen licht als eerste vertrekken.

  • Je mag niet fietsen zonder het stuur vast te houden, of zonder de voeten op de pedalen te hebben.
  • Als je fietst mag je je niet door iemand anders laten voorttrekken en ook geen dier aan de leiband hebben.
  • Een valhelm is niet verplicht, maar zeker wel aan te raden.

Fietsers in groep

Voor een groep fietsers van minstens 15 deelnemers zijn afwijkende regels voorzien. Ze zijn b.v. niet verplicht het fietspad te gebruiken en ze mogen met 2 naast elkaar blijven rijden op de rijbaan. Om van die voordelen te genieten moeten ze wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

 

Verklaring

 

 

(1) Elektrische fiets : een fiets met een elektrische hulpmotor van maximum 250 watt waarvan de aandrijfkracht wordt onderbroken wanneer een snelheid van 25 km/u wordt bereikt of wanneer de bestuurder ophoudt met trappen.

(2) Tweewielig gemotoriseerd rijwiel : een tweewielig rijwiel met een hulpmotor van maximum 1000 watt waarvan de aandrijfkracht hoofdzakelijk dient als trapondersteuning en onderbroken wordt wanneer een snelheid van 25 km/u wordt bereikt. De bestuurder moet minimum 16 jaar oud zijn.

(3) ofwel: een ander voertuig dan een rijwiel, zonder motor en dat met spierkracht wordt voortbewogen,  ofwel: een motorvoertuig met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van 18 km/u.

(4) Een tweewielig voertuig  met pedalen met een hulpmotor van maximum 4000 watt waarvan de aandrijfkracht hoofdzakelijk dient als trapondersteuning en onderbroken wordt wanneer een snelheid van maximum 45 km/u wordt bereikt.

 

Meer inlichtingen daarover kan je telefonisch of via mail bekomen bij onze dienst Touring Info.

Karel Van Coillie

Karel Van Coillie

De wegcode kent geen geheimen voor Karel Van Coillie of het nu in binnen- of buitenland is. Als verkeersjurist leidt hij de dienst Touring Info.

Verwante inhoud