Image
Het mobiliteitsbudget: nu al een maat voor niets?
25 oktober 2016
Wordt het ‘mobiliteitsbudget’ een maat voor niks? Een aantal cijfers wijst in elk geval in die richting.

Er zijn harde woorden gevallen in de pers en de kritiek komt uit alle hoeken: de consument, de automobielfederatie FEBIAC, de autofabrikanten en mobiliteitsorganisaties zoals Touring. Tijd voor duiding.

De discussie aan de basis is niet nieuw: firmawagens zitten al geruime tijd in het vizier van de beleidsmakers. Volgens de laatste berichten zal aan werknemers voorgesteld worden of ze bereid zijn hun bedrijfswagen aan de kant te laten staan in ruil voor een mobiliteitsbudget. Het bedrag dat viceminister Didier Reynders (MR) hier tegenover wil zetten, is 450 euro netto per maand.

Als we de analisten mogen geloven, zullen flink wat bezitters van een bedrijfswagen hier ernstig over nadenken. Maar in de redenering schuilt een portie ‘buikgevoel’ en bijgevolg durft niemand zich te wagen aan een voorspelling. Gaan de mensen al dan niet massaal overschakelen op het openbaar vervoer of andere alternatieven? Gaan ze effectief (meer) carpoolen? Krijgen ze plots wél de mogelijkheid om meer van thuis uit te werken? Heeft een groot deel van die bedrijfswagenbezitters de auto niet gewoon hard nodig voor de uitoefening van de job? Kortom, er zijn bronnen die beweren dat de regering zich rijk rekent op basis van verkeerde informatie en foutieve veronderstellingen.

 

De cijfers, niks dan de cijfers

De automobielfederatie FEBIAC zit naar aanleiding van deze ontwikkelingen met vragen over het potentieel effect alsook de schadelijke neveneffecten voor de economie (voornamelijk bij de autoconstructeurs). FEBIAC is zeer goed geplaatst om te weten wat die risico’s zijn en beschikt ook over cijfermateriaal dat aantoont dat de plannen weinig doeltreffend zullen zijn.

Volg even mee: In ons land zijn momenteel 5,7 miljoen personenwagens ingeschreven. 850.000 daarvan zijn ingeschreven op naam van bedrijven en zo’n 600.000 daarvan zijn leasewagens. Van dat aantal mogen slechts 400.000 bestuurders de auto gebruiken voor privéverplaatsingen. De groep die geviseerd wordt, vertegenwoordigt in het uiterste geval dus slechts 7% van het totaal aantal voertuigen. Maar, dan moet je ook nog de personen in mindering brengen die met die 450 euro een eigen auto zullen aankopen.

FEBIAC schat dat slechts 20% effectief een alternatieve oplossing zal vinden wat er dan op neerkomt dat de doelgroep nog maar 80.000 eenheden groot is en dat is niet eens 1,5% van het totale wagenpark in België. Overigens neemt het aantal wagens elk jaar met ongeveer hetzelfde percentage toe, aldus nog de federatie.

 

Het standpunt van Touring

Mobiliteitsorganisatie Touring heeft er net als FEBIAC niks op tegen dat de mobiliteit op een verstandige manier aangepakt wordt. Sterker nog, Touring is voorstander van een intelligent mobiliteitsloon. Maar over bedrijfswagens worden nog steeds halve waarheden verkondigd. Zo wordt compleet voorbijgegaan aan het feit dat bedrijfswagens de staatskas elk jaar met iets meer dan 3 miljard euro spijzen.

Touring staat overigens niet alleen met de stelling dat de bedrijfswagens er net zijn gekomen om op een fiscaal aantrekkelijke manier werknemers een voordeel te gunnen. Nu vraagt Touring zich luidop af welke auto de werknemers zouden kopen ter vervanging van hun bedrijfswagen. Bij een rondvraag vorig jaar bleek alvast dat het overgrote deel een tweedehandswagen zou kopen. Een oudere auto is per definitie ‘vuiler’ dan een gloednieuwe bedrijfswagen en het voertuig zal evengoed in de file komen te staan.

Een vergelijking met de situatie in Nederland lijkt in deze discussie relevanter dan ooit. Onze noorderburen kennen namelijk een veel strenger firmawagenbeleid. Met als gevolg dat er daar 4 keer meer vervuilende occasiewagens gekocht worden. Indien 75% van de firmawagens vervangen wordt door een particuliere wagen (eigen aankoop) dan zou de NOx uitstoot met 8% stijgen en fijn stof met 40%, aldus een studie van Promoco.

Middels een persbericht roept FEBIAC - net als de andere spelers in het mobiliteitsveld en de werkgeversorganisaties - op tot overleg en tot zeer spoedige duidelijkheid over de hervorming die in de maak is.

Deel deze inhoud