Image
Bandenspanning op peil houden

Een correcte bandenspanning verbetert je grip op de weg. En bovendien zorgt ze ervoor dat je minder verbruikt. Zo ga je te werk.



Rijden met de juiste bandenspanning biedt tal van voordelen. Het is dan ook verstandig om altijd met goed opgepompte banden te rijden. Hier lees je hoe.


In onderstaande video kom je te weten hoe je zelf de bandenspanning controleert.


Om te beginnen heeft je auto met de juiste bandenspanning een optimale grip op de weg en wordt de slijtage van het loopvlak tot een minimum beperkt. Bovendien helpt het je voorkomen dat je meer brandstof verbruikt dan nodig is. Als de bandenspanning te laag is, verhoog je immers de rolweerstand en daarmee ook je brandstofverbruik.


1. Raadpleeg de bandenspanning in je handleiding

Je vindt de juiste bandenspanning in de gebruikershandleiding van je auto. Deze gegevens staan ook dikwijls (maar niet altijd) vermeld:

  • aan de binnenkant van de tankvulklep
  • op de zijkant van het bestuurdersportier
De bandenspanning staat vaak op de zijkant van het portier
De bandenspanning staat vaak op de zijkant van het portier.


2. Een paar voorzorgsmaatregelen

Opgelet, want dit is een factor waar je echt rekening mee moet houden: de meting moet gebeuren met koude banden. Dit wil zeggen dat ze hooguit een paar kilometer gereden hebben, zonder belasting (dus niet sportief rijden of bruusk remmen bijvoorbeeld).

Sommige auto's zijn uitgerust met sensoren die via het dashboard aangeven of de druk gezakt is.

Controleer minstens één keer per maand de bandenspanning, idealiter voor je gaat rijden.

Een drukverliesindicator waarschuwt je als er een probleem is
Een drukverliesindicator waarschuwt je als er een probleem is.


3. Controleer de bandenspanning

Gebruik een manometer om de bandenspanning te controleren. Plaats de manometer op het ventiel van de band en lees in real time de waarde af. Merk op dat niet alle toestellen hetzelfde zijn, en dat sommige modellen misschien niet goed zijn afgesteld of minder betrouwbaar zijn. Aarzel dan ook niet om in geval van twijfel een ander toestel te kiezen (een ander servicestation, een andere manometer, ...).

Niet alle manometers zijn hetzelfde; probeer bij twijfel een ander toestel
Niet alle manometers zijn hetzelfde; probeer bij twijfel een ander toestel.


4. Let op het soort ventiel

Indien nodig zal er extra lucht in de banden gepompt moeten worden. Er bestaan twee soorten ventielen:

  • in rubber
  • in aluminium

Opgelet: een aluminium ventiel zal bij verkeerd gebruik gemakkelijk afbreken.

Een ventiel kan erg fragiel zijn, dus wees voorzichtig
Een ventiel kan erg fragiel zijn, dus wees voorzichtig.


5. Banden oppompen

De procedure is heel simpel, volg gewoon dit schema:

  • Draai om te beginnen de dop van het ventiel.
  • Sluit vervolgens de compressorslang zorgvuldig aan (er mag geen lucht ontsnappen).
  • Pomp de band op tot de juiste bandenspanning bereikt is.
Kies de bandenspanning die aanbevolen wordt door de constructeur
Kies de bandenspanning die aanbevolen wordt door de constructeur.


6. Alles terug op z’n plaats en laatste controle

Wanneer de juiste bandenspanning bereikt is, haal je snel - maar voorzichtig - de compressorslang van het ventiel. Vervolgens draai je de ventieldop stevig vast.

En controleer nu je toch bezig bent ineens ook de bandenspanning van je reservewiel, als je er een hebt. Zo kan je veilig weer op weg én blijf je netjes binnen je brandstofbudget.

Controleer de bandenspanning minstens één keer per maand
Controleer de bandenspanning minstens één keer per maand!


Mechanische problemen? Bel ons!

Heb je toch een probleem? Aarzel dan niet om een beroep te doen op de pechverhelpers van Touring. Eén nummer: 070 344 777. Goede reis!

Mechanische problemen? Bel 070/344 777
Bel dit nummer in geval van problemen.


Zin om zelf nog meer onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan je auto of je fiets? Bekijk dan zeker onze andere doe het zelf videos, in een paar eenvoudige stappen.

Deel deze inhoud