Image
kind - auto - op reis
5 maart 2015
Met deze 9 do’s en don’ts zorg je ervoor dat ook de jongere medepassagiers op een aangename manier meereizen.

1. Neem tijdens het rijden een kind nooit op de schoot; kinderen horen vast te zitten met een gordel, al dan niet op een autostoeltje.

2. Las om de 2 à 3 uren een (korte) pauze in: laat de kinderen even rennen zodat de beentjes gestrekt worden. Deze tip geldt ook voor volwassenen. Combineer de pauze met een sanitaire stop en verlucht de auto door heel even alle deuren open te zetten.

3. Vertrek voor een verre reis naar de zon vroeg in de ochtend om de felle zon overdag te vermijden. ’s Nachts rijden kan ook maar op de eindbestemming zullen de volwassenen onzacht kennis maken met een tegenpruttelende biologische klok.

4. Kinderen moeten onderweg voldoende kunnen drinken en zet hen daartoe aan. Idealiter water want van frisdranken krijg je alleen maar dorst. Tip: voorzie afsluitbare drinkbekers.

5. Hou de logica van de normale maaltijden aan: ontbijt, lunch, avondmaal.

6. Wat eten we onderweg? Gezonde knabbels krijgen de voorkeur. Snacks en (kleine) snoepjes voor onderweg zijn uiteraard niet verboden, maar in een rijdende auto krijg je sneller last van oprispingen.

7. Vermijd wegrestaurants: ze zijn duur, je moet er vaak lang aanschuiven en de kwaliteit van het voedsel laat doorgaans te wensen over. Alternatief: maak samen met de kinderen een picnicmand, dat is veel leuker, goedkoper en gezonder. 

8. Parkeer je voertuig bij voorkeur in de schaduw en laat ook in dat geval nooit een kind alleen achter in de auto.

9. Voorzie voldoende afleiding op de achterbank: boeken, strips, spelletjes, knuffels, films, muziek, etc.

Deel deze inhoud